Johan van de Gronden blogt: “Bij zaken waarbij de ernst van de situatie zo evident is, past niet de stijlfiguur van de overdrijving.”

johanJohan van de Gronden is directeur van het Wereld Natuur Fonds. Hij reageert op het debat dat Marianne Thieme in Pauw & Witteman had met een aantal vishandelaren, waarbij ze het WNF als bron noemde.

Marianne Thieme bond dinsdagavond de kat de bel aan door palingvissers op de man af voor te houden dat hun handel voorbij is. Dat is eerlijk en moedig. En Thieme heeft gelijk. De palingstand in ons land is zo dramatisch teruggelopen, dat alleen een Europa-breed herstelplan en een exportverbod op glasaaltjes nog soelaas kan bieden. Maar bij zaken waarbij de ernst van de situatie zo evident is, past niet de stijlfiguur van de overdrijving. En daar ging het mis.

Eerst verweet ze de Nederlandse palingvissers in hun eentje verantwoordelijk te zijn voor dreigend uitsterven van de soort. Dat is onzin. Het op grote schaal wegvangen van glasaaltjes voor de kust van Portugal en Spanje is oorzaak nummer één. Vervolgens riep zij op om ook de verkoop van kabeljauw te verbieden. De toestand van de kabeljauw is onvergelijkbaar met die van de paling. Afhankelijk van herkomst en vismethode kan kabeljauw prima worden gegeten. Er is zelfs kabeljauw uit Alaska en Noorwegen, die voldoet aan de strenge eisen van het MSC-keurmerk.

Eenmaal op stoom was Thieme niet meer te stoppen. Op de allerbeminnelijkste vraag van mede-gast Henk Krol: “Maar Mevrouw Thieme, welke vis mogen we nog wel eten?”, was het antwoord: “geen”. Tja, dan wordt het lastig. Even later werden longlines 550 maal om de wereld gesponnen en verdwenen Boeings in sleepnetten die door het Krügerpark worden gesjord. Op dat moment heb je de lachers op de hand, maar om de verkeerde reden.

Thieme heeft een punt en eentje die onze samenleving in het hart raakt: ouderwetse en hoogintensieve vormen van landbouw, visserij en overexploitatie zijn niet langer te verkopen. We moeten naar duurzamere, slimme alternatieven waarbij ecologie en economie elkaar in balans houden. Daarbij past geen overdrijving. Een droge constatering van de feiten en de toegebrachte schade aan het milieu zijn al erg genoeg. Combineer dat met praktische oplossingen, want die zijn er volop. Bijvoorbeeld door consumenten te verleiden tot de consumptie van verantwoord gevangen vis en samen met de visserijsector te kijken naar alternatieve vangstmethoden. Vis eten kan best, zolang je maar kiest voor een duurzaam gevangen vis.