Tomas Lieske blogt: "Om te praten over het gevoel in een roman, is niet gemakkelijk"
Tomas Lieske schreef zijn roman Dünya niet op een laptop of schrijfmachine, maar met potlood op velletjes papier. Hij is genomineerd voor de AKO literatuurprijs 2008. Lees hier een voorproefje uit Dünya.
Het ging over Dünya, zeiden ze. Maar hoe over een roman te praten? Een roman moet je lezen en wie het boek gelezen heeft, kan over de inhoud praten. Maar in een televisieprogramma voor een groot en onbekend publiek wat raak kletsen over de inhoud van een roman, dat levert een vaag verhaal op en verwarring en een aantal vreemde namen die niemand iets zeggen.
Dus het moest anders. Ik had foto’s laten zien van mijn werkkamer in Berlijn en vermoedde dat het gesprek die richting op zou gaan. Het werd zoals Marco Borsato opmerkte een technisch gesprek. Maar dat was goed, want nu kon ik uitleggen hoe ik schreef. Hoe ik mij voorbereid. Hoe ik uit de hoed met al die ideeën en invallen een roman tover. Marco Borsato hield meer van het gevoel, zei hij. Ik stop dat gevoel in die roman. Bij voorbeeld in de omstandigheden dat twee Nederlandse jongens door een oorlog en een ontploffing totaal van huis worden afgesneden. Of in de roof van een klein kind. Of in de liefde voor dat kind. Of in de manier waarop zij met dat kind op de arm door het eindeloze Turkse land sjokken. Maar om daar over te praten, is niet altijd even gemakkelijk.
In verband met medicijngebruik mocht ik geen alcoholische drank gebruiken. Iedereen kreeg wijn, maar ik moest weigeren. Dat gaf mij even het aureool van de asceet die ik tijdens het schrijven van een roman ben, maar in dit geval was het onterecht, dat aureool. Na afloop met Paul Witteman staan praten met een glas prikwater in mijn hand. Over een week mag ik weer drinken.