Peter ter Velde blogt: "De gekte slaat om in een flow die niet meer ophoudt"

Peter ter Velde is verslaggever voor de NOS en heeft de Nederlandse missie in Uruzgan vanaf het begin gevolgd. Donderdag presenteerde hij zijn boek Kabul & Kamp Holland.

Dinsdagavond laat zijn er 40 e-mails die beantwoord moeten worden. De gekte is begonnen. Allemaal mails over mijn boek en de presentatie van donderdag. Woensdag de hele dag telefoon. Barbara Mugie van Pauw en Witteman belt volgens afspraak om vijf uur en we praten een uur over de uitzending van donderdagavond. De NOS belt tien keer, omdat er ook nieuws in mijn boek staat. Het ANP is bezig een stuk te tikken. De gekte slaat om in een flow die niet meer ophoudt. Ik doe geen oog dicht ’s nachts.

Donderdagmorgen om kwart voor zeven sms’t de woordvoerder van Defensie al. Om acht uur interview bij het Radio 1 Journaal. Daarna een uur lang de EO-radio in Hilversum. BNR-nieuwsradio belt en wil commentaar. In Den Haag stap ik de verkeerde radiostudio binnen voor een gesprek met Frits Spits. De handige technicus regelt dat het interview door kan gaan. Het wordt een persoonlijk gesprek en dat geeft energie.

Vanaf twee uur Nieuwspoort. De presentatie van mijn boek. Er zijn veel bekenden. Journalisten, militairen, mijn familie, mijn dochter. De flow gaat door. Iemand zegt me enthousiast gedag, maar ik heb geen idee meer wie het is. Ik word gek van mezelf. Er zit geen rust in deze dag. Ik kan niet meer nadenken. Ik moet een toespraak houden. Ik wilde er ’s ochtends nog even mijn gedachten over laten gaan, maar ik heb er geen tijd voor gehad. Het gaat goed. Ik zeg iets te veel ‘uh’. Commandant der strijdkrachten Van Uhm krijgt het eerste exemplaar en houdt een toespraak over Defensie en media. Het tweede exemplaar van het boek overhandig ik aan ‘de mooiste vrouw ter wereld’, mijn dochter Loïs. Eindeloos signeren na afloop. Een nieuwe ervaring. Het is mijn eerste boek. Meteen de gelegenheid om iedereen kort te spreken.

Eten in Den Haag. Naar Amsterdam. Thuis snel douchen en dan naar Pauw en Witteman. Ik ben hondsmoe als ik binnenstap. Nog één keer opladen, zeg ik steeds tegen mezelf. Het gesprek begint. Ik moet teveel nadenken over mijn eerste antwoorden. Tot Jeroen begint over het hoofdstuk ‘seks in de city’. Ik kan verhalen gaan vertellen. Het begint te lopen. Ik word enthousiast. Er komt eindelijk rust in mijn hoofd.

Als ik om half twee ’s nachts thuis kom is er via Hyves een mail van iemand die ik niet ken: ‘Hier even een bedankje van iemand die haar vriend komende week voor 7 maanden naar Afghanistan ziet vertrekken. Ik loop al een tijdje naar een goed afscheidscadeau, in de vorm van een boek, voor hem te zoeken. Dus ik ben erg blij dat ik je op tv zag. Dit is niet alleen een boek waarvan ik weet dat hij het graag wil lezen. Maar ook nog van de enige journalist waar hij positief over is. Dank je wel voor de goede timing.’ Van zo’n reactie kan ik vreselijk blij worden. Ik val als een blok in slaap.