Johan Faber blogt: "Achteraf zijn er altijd dingen die je nog had willen zeggen"
Johan Faber is de schrijver van het boek Wat bezielde Volkert van der G.? Faber blogt over gezonde spanning bij een tv-optreden, over ‘rotvragen’ van Jeroen en Paul en over Guusje ter Horst “wat een leuke vrouw!”, aldus de schrijver.
Ik blijk als laatste gast aan de beurt te zijn. Dat geeft me ongeveer drie kwartier om ‘gezonde spanning’ op te bouwen. En geloof me: spanning is gegarandeerd bij een tv-optreden. Ik heb het al een paar keer meegemaakt, maar het blijft een enorme heisa: make-up, lampen, camera’s, mensen die een microfoon aan je jasje plakken, aan je stoel sjorren, enzovoorts.
Terwijl Guusje ter Horst (wat een leuke vrouw!) aan het woord is, wordt mijn aandacht getrokken door het exemplaar van De Telegraaf, dat voor me op tafel ligt. Boven de watersnoodkop ‘DIT IS GOUDA’, lees ik: ‘Royston Drenthe negeert Foppe de Haan’.
Kijk, dat vind ik nou veel interessanter dan dat stomme Gouda. Via-via hoorde ik een paar weken geleden dat Drenthe in Peking een keer de spelersbus van het Olympisch elftal liet stilzetten, omdat hij een horloge wilde kopen (prijs: 10.000 euro). Ik zeg: negeren die man.
Dan mag ik eindelijk van wal steken – van de Finse YouTube-moordenaar naar Volkert, een fraai bruggetje. De spanning glijdt direct van me af.
Pauw & Witteman willen precies weten hoe ik Volkerts vriendin precies benaderde en hoe zij reageerde. Rotvragen. Ik ben terughoudend, wil niet te veel in haar privacy treden. Maar zodra het over het boek en over Volkert gaat, kom ik los. Ik zeg dat Volkert in zekere zin buiten de realiteit stond toen hij de moord pleegde. Dat hij al lang voor de moord op Fortuyn een grens had overschreden.
Achteraf zijn er altijd dingen die je nog had willen zeggen. Dat de feiten over Volkert pas betekenis krijgen als je ook een verhaal vertelt. Dat ik in de eerste plaats Volkert tot leven wilde brengen, een geloofwaardig karakter van hem wilde maken.
Na afloop, aan de borreltafel, schuift de minister me het exemplaar toe dat ik haar voor de uitzending al had gegeven – ze wil dat ik het signeer. Zoals ik zei: een leuke vrouw. Zo’n minister (prachtig gekleed bovendien, in een mooi roze ensemble) is goud waard voor het imago van de regering. ‘Voor Guusje,’ schrijf ik. Na een moment van aarzeling zet ik er ‘ter Horst’ achter.