Marlies Pernot: "Hierbij mijn mea maxima culpa richting mijn leden en de kijkers"
Marlies Pernot van Vereniging Eigen Huis schreef een brandbrief aan minister Van der Laan (Wonen en Wijken). Pernot wil dat de minister maatregelen neemt om de woningmarkt nieuw leven in te blazen.
Ik moet het Pauw & Witteman nageven dat ik gisteravond voor de tweede keer in korte tijd mijn zegje mocht komen doen over de woningmarkt. En dat in een thema-uitzending over mensenrechten. Ik had nog willen zeggen dat ook goed wonen een mensenrecht is, dat door deze regering veronachtzaamd wordt. Maar de Zimbabwaanse proleet Robert Mugabe voor de laatste keer waarschuwen laat zich wat makkelijker in oneliners verpakken dan die hele complexe woningmarkt van ons. Daarbij ben ik en mijn organisatie Vereniging Eigen Huis natuurlijk een stuk minder sexy dan de niet geringe beveiligingsproblematiek van Ayaan Hirsi Ali. Maar ik moet toegeven dat ik van Pauw & Witteman de ruimte kreeg mijn zegje te doen over die stapel bakstenen die voor de meeste mensen veiligheidsgevoel nummer één is: de eigen woning. En ik ben werkelijk van mening dat ons kabinet het grondrecht van goed wonen voor iedereen verwaarloost. Dát had ik moeten zeggen.
Hierbij mijn mea maxima culpa richting mijn leden en de kijkers. Het is live televisie en ik heb me ietsje te veel laten verleiden tot uitweidingen over brandbrieven richting het kabinet. De woningmarkt is een complex kluwen van partijen met vaak tegenstrijdige belangen. De vraag van Pauw & Witteman of het nu wel of niet het goede moment is om een huis te kopen, is niet zonder relevantie. Waar het om gaat is dat iedereen die dat wil in dit land een passende woning moet kunnen kopen. Dat is nu niet het geval en dat komt omdat de regering het woningmarktdossier tot voor kort als niet bestaand behandelde.
Als ik weer word uitgenodigd door Pauw & Witteman, ga ik dat in ferme taal verkondigen. Bij deze zet ik mezelf in de etalage. En overigens ben ik van mening dat Jeroen Pauw en Paul Witteman niet alleen charmante gastheren zijn, maar in die hoedanigheid in staat blijken je uitspraken te ontfutselen die bij sommige van mijn leden tot hoog opgetrokken wenkbrauwen leidden.