Kirsten Verdel blogt: “Het wordt nu tijd voor Obama om de bal in te gaan koppen.”

verdelKirsten Verdel werkte vorig jaar mee aan de verkiezingscampagne van Obama en schreef het boek Van Rotterdam naar het Witte Huis. Ze ging met Hans van Baalen (VVD) in discussie over de prestaties van Amerikaanse president Barack Obama in het eerste jaar na zijn verkiezing.

Het is natuurlijk altijd weer een feest om te gast te mogen zijn bij Pauw en Witteman. Daarom voldoe ik wederom graag aan het verzoek van de redactie om een stukje op de website te schrijven.

In tegenstelling tot de vorige keer, toen ik met name in gesprek was met Jeroen en Paul, was het deze keer de bedoeling dat ik met Hans van Baalen in debat zou gaan over 1 jaar Obama. Dat klonk leuk, maar in de praktijk viel het me wat tegen omdat ik telkens halverwege mijn zinnen werd onderbroken. Dat is wat vervelend, en maakt het lastig om je punt te maken. Jeroen greep daar gelukkig ook op in, maar het kostte veel tijd en daardoor bleek de aftiteling al te lopen toen ik mijn belangrijkste punt nog wilde maken….

Dus dan maar hier. Even kot samengevat: ik begon gisteravond dus met een opsomming van zaken die Obama in zijn eerste jaar al bereikt heeft. Van de oproep tot het verwijderen van alle kernwapens tot het martelverbod, van het voorkomen van een nieuwe Grote Depressie tot het investeren van 80 miljard dollar in klimaatmaatregelen en van het betalen van het lidmaatschapsgeld van de VN tot het bekrachtigen van hate crime wetgeving, de lijst is inmiddels al behoorlijk lang.

Belangrijker dan dat is de paradigmashift die Obama heeft veroorzaakt, al in zijn campagne voor het presidentschap. Het adagium van George W. Bush, ‘You’re either with us or against us’ is verplaatst door een mantra over samenwerking en positiviteit (hope, change). Dat leverde hem ook de Nobelprijs voor de Vrede op, die met name een opdracht aan Obama was om nu door te pakken. Dat moet hij nu dus gaan doen.

Het belangrijkste punt is het volgende: de twee topprioriteiten die Obama nu heeft zijn de economische crisis, waarin herstel op de arbeidsmarkt pas in oktober 2010 te verwachten valt (het is de vraag of mensen tot die tijd genoeg geduld kunnen opbrengen, maar het zal wel moeten) en hervorming van de gezondheidszorg.

In dat laatste thema zie je de complexiteit van waar Obama nu in moet werken scherp terug. Hij heeft een democratische meerderheid in het congres, maar dat betekent niet dat hij een wijziging van het stelsel zomaar even af kan tikken. Er is namelijk een enorme lobby aan de gang: er zijn maar liefst 3.000 lobbyisten geregistreerd op dit ene onderwerp, die in totaal al 263 miljoen dollar hebben uitgegeven aan hun lobby voor of tegen stelselherziening. Op elk lid van het congres zijn maar liefst zes (!) lobbyisten actief. En het wordt nog erger, want die congresleden, ook de Democraten, krijgen honderdduizenden tot soms wel miljoenen euro’s uit de farmaceutische industrie, van verzekeraars, ziekenhuizen en andere belanghebbenden. Die congresleden zijn continu bezig met hun herverkiezing en dan zijn dit soort sponsors natuurlijk erg invloedrijk…

Obama heeft dit goed begrepen en manoeuvreert voorzichtig. Hij bokst tegen die 3000 lobbyisten en die 263 miljoen dollar, en toch… toch lijkt het hem te gaan lukken. Het voorstel voor stelselherziening van Bill Clinton (dat door Hillary was geregeld) haalde het Huis van Afgevaardigden niet eens, Obama’s voorstel ligt daar al wel. En natuurlijk is het wel een afgezwakt voorstel, maar beter kleine stapjes dan geen stapjes.

En daarmee komen we bij het echte punt: Amerikaanse presidenten bijten hun tanden al zestig jaar (!) stuk op stelselherziening. Het is nog niemand gelukt. Ik heb vorig jaar al gezegd dat als hervorming van de gezondheidszorg het enige is dat Obama lukt, zijn presidentschap eigenlijk al geslaagd en misschien wel historisch is. Ik sta daar nog steeds achter.

Kortom: het wordt nu tijd voor Obama om de bal in te gaan koppen. Formeel duurt een presidentschap vier jaar, in de praktijk werkt het natuurlijk anders. De eerste zes maanden bedenk je wat je precies wilt gaan doen en hoe, het jaar daarna is nodig om besluiten te nemen en uit te gaan voeren, en in de laatste 2,5 jaar is de nieuwe campagne alweer begonnen. Obama zit nu halverwege dat jaar, tijd om het gaspedaal in te trappen. Maar wel de vele obstakels blijven vermijden, zoals hij tot nu toe prima gedaan heeft. En dan komt het met die populariteitscijfers ook wel weer goed. Geduld, geduld!

Bekijk hier de hele uitzending.

Kim Moelands blogt: "Vanmiddag tekende de Tweede Kamer mijn doodvonnis"

Met het boek Ademloos wil Kim Moelands zowel haar levensverhaal vertellen als mensen wijzen op het belang van een donorcodicil. De 33-jarige Moelands lijdt aan taaislijmziekte, een ziekte waarmee je niet ouder wordt dan 40.

Mijn eerste keer bij Pauw en Witteman en ik word op handen gedragen, al voor de uitzending. Ik fantaseer dat het is omdat ik een goed boek heb geschreven, of omdat ik zo gezellig kan kletsen voor de camera, of dat Jeroen Pauw me gewoon een lekker wijf vindt. De realiteit ligt iets anders. Ik ben heel ernstig ziek en het verwoestende proces in mijn longen maakt dat ik simpelweg niet in staat ben om de enorme trap naar de studio zelf te bestijgen. Daarom tillen twee sterke mannen me naar boven. Ondanks hun zware inspanning hijg ik het hardste van ons drieën. Ik ben ontzettend benauwd. Eenmaal aan de ovale tafel constateer ik dat mijn rode truitje leuk kleurt met het decor.

Ik hijg en ik puf. Ik voel me als de ballon in de doos op mijn boekcover. Ik wil vliegen, zweven, maar door mijn ziekte zit ik klem in een te kleine doos. Ik ga verder met fantaseren. Ik denk aan donorlongen. Aan de tweede kans die ze me zouden geven, aan het genot van vrij kunnen ademhalen, vrij kunnen leven. Ademloos inruilen voor moeiteloos. Ik kijk op en zie Hans van Baalen. Ras-VVD’er. Hij is tegen het wijzigen van de huidige wet op de orgaandonatie. Hij heeft principiële bezwaren tegen het ADR-systeem, je bent dan automatisch donor tenzij je actief aangeeft dat niet te willen zijn. Hij wil overleggen, plannen vergelijken. Maar dat ene plan dat als beste uit de bus komt na gedegen onderzoek
van de commissie Terlouw wil hij niet overwegen. Ik vraag hem of hij zich realiseert dat terwijl hij praat en overlegt mensen op de wachtlijst voor een donororgaan sterven. Hij wordt rood tot achter in zijn nek. Net als mijn rode truitje, kleurt hij ineens ook heel gezellig bij het decor.

De Nederlandse bevolking is massaal voor het ADR-systeem. We leven in een democratisch land. De wens van de bevolking dient volgens de democratische principes door de volksvertegenwoordigers uitgevoerd en gerespecteerd te worden. Ik vraag om uitleg. Meneer van Baalen ik wacht op antwoord. Een zinnig antwoord. Het blijft uit.

Tijdens de borrel na de uitzending lijkt meneer van Baalen toch wel met de situatie in zijn maag te zitten. Hopelijk niet te erg want een maagtransplantatie wordt een lastig verhaal dankzij zijn principiële bezwaren. En dan spreekt hij de legendarische woorden: “Als het om mijn eigen zoontje ging dan zou ik wel weten wat ik zou willen…” Voel ik me even genaaid… Ik maar denken dat ik in een democratisch land leefde. Maar nee, ik ben voor het lapje gehouden. We leven in een land waar opportunisme regeert. Meneer van Baalen trekt zijn principiële bezwaren net zo makkelijk door de plee als minister Klink het ADR-voorstel van de commissie Terlouw. En meneer van Baalen is niet de enige. Nederland beweert principieel tegen de doodstraf te zijn, maar vanmiddag tekende de Tweede Kamer met grote meerderheid mijn doodvonnis en dat van vele anderen.


Klik hier om de betreffende uitzending te bekijken

Naar de persoonlijke website van Kim Moelands

Hans van Baalen blog: "Aangegrepen door Kim, maar orgaandonatie blijft vrije keuze"

VVD’er Hans van Baalen ging met SP’er Jan Marijnissen in debat. Van Baalen nam het op voor John McCain, Marijnissen voor Obama. Toch liet het gesprek over orgaandonatie een diepere indruk achter bij Van Baalen.

Het is altijd goed om aan de stamtafel van Pauw & Witteman aan te schuiven. Soms is het een leuke babbel over de waan van de dag. Soms graaft het diep. Gisteravond was ik erg aangegrepen door de lotgevallen van Kim Moelands die taaislijmziekte heeft, wat haar zekere dood zal betekenen. Er is geen donorlong beschikbaar die haar leven kan redden. Het is te laat. Eerst was haar man aan de beurt en nu zij, even in de dertig. Hoe onrechtvaardig is het en wat blijft ze sterk en opgewekt.

Kim heeft niets aan afwegingen van principiële aard. Toch moeten die gemaakt worden. Dat is een duivels dilemma. Als mijn zoon Robert, die nu twee-en-een-half jaar oud is, zou sterven als er geen donororgaan ter beschikking was, dan was de keuze voor mij als vader helder. Hij krijgt dat orgaan. Linksom of rechtsom. Hij wordt geopereerd, al zou het mijn laatste cent kosten en al zou ik met hem de hele wereld over moeten gaan. Ineke en ik zouden ons diep in de schulden steken en hemel en aarde bewegen.

Als politicus moet ik een andere afweging maken. Is het te verdedigen dat de staat ons allemaal via de wet tot donor maakt en wij actief in het geweer moeten komen om dat terug te draaien? Moeten mensen wanneer het zo’n belangrijke beslissing betreft, die de integriteit van het menselijk lichaam – ook na de dood – raakt, niet actief en weloverwogen instemmen? Kunnen we niet alles uit de kast halen om mensen te bewegen donor te worden? Dat je bij het afhalen van je paspoort, rijbewijs of ID-kaart gevraagd wordt een keuze te maken wel of geen donor te worden? Is de situatie in België, waar je donor bent behalve als je actief hebt aangegeven dat niet te willen zijn, wel zo positief? Ik begrijp het standpunt van Kim, Ronald Giphart en van Jan Marijnissen van de SP volledig en respecteer dat, maar keuzes moet men actief maken. Voor een klassiek liberaal als ik staat dat vast.

Ik denk na over een vrije kwestie. Dat betekent dat alle 150 Tweede-Kamerleden op basis van hun geweten en niet op basis van fractie- of partij-overwegingen stemmen, maar zet je daarmee de kiezer niet buitenspel? Ik begrijp dat Kim hier niets aan heeft. Toch wil ik mijn rug rechthouden. Als politicus lukt dat. Als vader gaat mij dat niet goed af. Gelukkig weet ik dat mijn collega Anouchka van Miltenburg, die in het debat over orgaandonatie het woord voert, en alle andere VVD’ers in de Tweede Kamer ook met dit dilemma worstelen. We zijn mensen van vlees en bloed. Als politici mogen wij de emotie niet laten overheersen, maar medemenselijkheid moet, naast het verdedigen van beginselen, altijd een rol blijven spelen. De eerdere discussie over het kookboek van Ronald Giphart (met alle respect) en mijn duel met Jan Marijnissen over Barack Obama of John McCain vallen daarbij in het niet.



Klik hier om de betreffende uitzending te bekijken