Manon Uphoff blogt: “Waylon en Midas zorgen voor lucht.”

20091028_-_manon_uphoff

Manon Uphoff schreef het boek De spelers, waarin een Nederlandse vrouw een relatie krijgt met een vluchteling uit Sarajevo.

Als ik de studio binnenkom tref ik Arnold Karskens die achter internet door het openingshoofdstuk van De Spelers scrolt. Hij kent Sarajevo goed, zegt hij, was altijd onder indruk van veerkracht van de mensen daar, maar is er vanavond om Teun de Groot te begeleiden die zijn verhaal doet over aanhouding en rechtzaak tegen oud SS-er Heinrich Boere. Die ochtend heb ik Boere voorbij zien komen in nieuwsflarden, een miezerig mens.

Na afloop van de uitzending (‘Je gaat NIET aan je haar zitten,’ had ik als advies gekregen, ja, het zijn suffe details, maar sinds ik, mijn hand geklemd om een enorm cognacglas als om een reddingsboei de indruk wekte dat ik zonder alcohol nog geen seconde door zou komen, neem ik zulke adviezen ter harte) praten we na. ‘Is het erger als de moordenaar van je vader een miezerig, klein, druilerig mens is?’ is de teneur van het gesprek, en ja, dat is erg. ‘Veel oorlog,’ zegt Jeroen Pauw na afloop. Maar Waylon en Midas zorgen voor lucht, Midas door te vertellen dat inenten tegen de Mexicaanse griep onzin is (steeds als ik dat ‘Mexicaanse’ bij ‘griep’ hoor denk ik aan een heel vrolijk soort griep, met sambaballenhoofdpijn en een opgewekte Caramba!koorts), en door nog eens te benadrukken dat bacillen met een woeste snelheid door elk papieren zakdoekje scheuren, Waylon door met glanzende kuif en blauwe ogen zowel de mooie jongen als een verrot goede muzikant te zijn.

Het gesprek aan tafel verloopt goed, de vragen zijn relevant, het cliche, dat een kwartier kort is, is waar, maar ik voel me prettig bij de gasten, en aan tafel, die veel kleiner is dan verwacht, en ben onder de indruk van de vastgehouden koele woede van Teun de Groot. ‘Als hij 1 dag vastzit, die Boere, en dan sterft, is het ook goed,’ zegt hij.
Ik kom er niet aan toe om tegen Midas Dekker te zeggen dat hij eigenlijk ook mijn Nemesis is, en die van elke schrrijver! Want bij elke lezing, waar dan ook in het land, valt bij ontvangst te horen: ‘Vorige keer, met Midas Dekker, was het zooo leuk!’

Mijn dochter geeft na afloop haar fiat. Dan is er de wijn, daarna de vriendelijke chauffeur naar huis. Mijn zus belt. ‘Midas Dekker was lachen,’ zei ze, en daarna zegt ze iets vriendelijks over mij.

Zo wil je dan elke dag wel bij P en W zitten.

Bekijk hier de hele uitzending.

Arnold Karskens blogt: "Weg waren de snedige opmerkingen die ik dat uur had opgehoopt"

Arnold Karskens is een fel tegenstander van embedded journalism: het onder de vlag van defensie verslag doen van conflictgebieden. Onlangs werd hij uitgeroepen tot ‘Journalist van de Vrede’.

De uitzending begon voor mij wat rommelig. Voor aanvang hoorde ik van een technicus dat het “nog wel een kwartiertje” zou duren dus begon ik een wandeling door het 19e eeuwse gebouw aan de Plantage Middenlaan. Tot ik ver weg in de gang geroep hoorde dat de vooraankondiging was gestart. Blozend van schaamte schoof ik voor een draaiende camera aan tafel; Een journalist kan alles maken maar niet de deadline missen. Ik was het laatste onderwerp wat je concentratie op de andere gesprekken, de kredietcrisis en China na de Spelen, vermindert. In je achterhoofd beantwoord je namelijk de vragen die je denkt te krijgen.

Voordeel is dat je niet meegaat in de teneur van de tafel. Tafelgasten Tweede Kamerlid voor de SP Ewout Irrgang en presentator Hans Goedkoop spraken somber over de kredietcrisis. Doemdenken, vond ik. Niemand in Nederland heeft er nog geen stuk brood minder om gegeten. Ik lanceerde de complotgedachte dat de crash een opgezet doel is van kapitaalkrachtigen die vorig jaar zomer hun aandelenpakket hebben verkocht, geruchten de wereld in slingerden om binnenkort dezelfde aandelen voor een prikkie terug te kopen.
Ook de kritiek van correspondente en oud-tafeltenniskampioene Betinne Vriesekoop dat er wel erg veel Chinese vrouwen deel uitmaken van het nationaal pingpongteam was niet aan mij besteed. Ik vind hun aanwezigheid namelijk een soort ontwikkelingshulp aan Nederland om het niveau op te krikken.

Vervolgens mocht ik horen dat de Clara Meijer-Wichmann Penning 2008 aan mij is toegekend. “Eindelijk”, dacht ik. En weg waren de snedige opmerkingen die ik dat uur had opgehoopt. Deze bijvoorbeeld: dat de Nederlandse mensenrechtenpolitiek een van “licht op straat en donker binnen” is. Wat ik wel kwijt kon, was mijn kritiek op de embedded-journalistiek . Maar ik had me voorgenomen een verwijzing te maken naar de financiële journalistiek. Daar zitten media ook vaak op schoot. Vergeten! Blij was ik met het fragment over de voortvluchtige oorlogsmisdadiger Klaas-Carel Faber. Maar foetsie de opmerking dat welgeteld één parlementslid opheldering vroeg naar aanleiding van een Open Brief van nabestaanden die smeekten om vervolging.

Klik hier om de betreffende uitzending te bekijken
Naar het persoonlijke weblog van Arnold Karskens