Job Cohen blogt: “De ‘achterdeur’ moet internationeel gereguleerd worden.”

20100224_Job_CohenJob Cohen is burgemeester van Amsterdam en houdt zich al jaren bezig met het drugsbeleid in onze hoofdstad. Hierover ging hij bij Pauw en Witteman in debat met onder anderen Cisca Joldersma (CDA).

‘Minderjarigen moeten zo min mogelijk in aanraking komen met softdrugs’. Daarover ben ik het snel eens met het CDA, minister Rouvoet en alle anderen die zich zorgen maken over de gevolgen van softdruggebruik onder jongeren. Want die zijn op jonge leeftijd schadelijk, net als alcohol. Toch zie ik niets in het voorstel om bij wet te regelen dat er geen coffeeshops binnen een straal van 250 meter van een school mogen staan. Het is het verkeerde middel voor een op zichzelf goed doel. Intussen blijft de spagaat van een legale voordeur (coffeeshops mogen softdrugs verkopen) en een illegale achterdeur (maar geen softdrugs inkopen). Dat probleem moet worden opgelost door de achterdeur te reguleren. Dat vraagt een internationaal offensief.

Recent onderzoek onder Amsterdamse jongeren en docenten in het middelbaar onderwijs wijst uit wat we allemaal allang weten. Jongeren onder de 18 jaar mogen coffeeshops niet in en komen daar ook niet binnen: daar wordt streng op gecontroleerd. Als jongeren aan softdrugs willen komen, dan krijgen zij dit via via. Ook docenten zien daarom niets in het afstandscriterium. Zij geven aan dat alcoholgebruik onder jongeren voor veel grotere problemen zorgt. Daarbij, wat is 250 meter als je een fiets of een scooter hebt?

Ik stel een drieluik voor van preventie, overlastbestrijding en regulering. In alle gevallen hoort daar een stevige aanpak van de georganiseerde misdaad bij. Die is, helaas, nauw verbonden met softdrugs.

Preventie is nodig door jongeren, leerkrachten en ouders op indringende wijze te vertellen wat de gezondheidsrisico’s zijn van softdruggebruik en de negatieve invloed op de schoolprestaties. In Amsterdam en andere gemeenten hebben we hier goede ervaringen mee die uitgebreid kunnen worden.

Om overlast te bestrijden is spreiding van coffeeshops over het land en binnen de steden van belang. Coffeeshops kunnen, zeker bij concentratie, leiden tot overlast voor een woonbuurt. Coffeeshops zijn verantwoordelijk om overlast door bezoekers tegen te gaan en de straat schoon te houden. Als het nodig is, kan de gemeente dit aanvullen met straatcoaches, beperking van openingstijden, of, als uiterst redmiddel, een blowverbod instellen.

Het echte probleem met het gedoogbeleid is dat productie en aanvoer van softdrugs verboden zijn en daarmee per definitie de criminaliteit bevorderen. Dat los je niet op door coffeeshops te sluiten. Dat heeft de “drooglegging” (alcoholverbod) in de Verenigde Staten in de jaren 20 wel aangetoond: de misdaad nam de handel razendsnel over. Ik ben er daarom voor om te komen tot een internationaal offensief om “de achterdeur” te reguleren. Op die manier kun je als overheid toezicht houden op kwaliteit en omvang van de hennepteelt. Bovendien ontlast dat op den duur het justitiële apparaat en de politie enorm. Dat is mooi meegenomen in een tijd waarin van die organisaties zo veel wordt gevraagd.

Het belang van een goed softdrugsbeleid, zeker voor jongeren, is volgens mij zo belangrijk dat ik vind dat het kabinet hier de komende tijd op moeten in zetten. De ontwikkelingen in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika zijn een steun in de rug om nu een stap vooruit te zetten in ons softdrugsbeleid.

Anna-Lena Hedin-Penninx blogt: “Waar wachten we op?”

20100222_-_Anna_Lena_HedinAnna-Lena Hedin-Penninx is raadslid voor de PvdA in de gemeente Oude IJsselstreek. Ze was één van de kijkers die een vraag stelde aan minister Ab Klink tijdens het Hollands Humeur debat.

Gisteravond heb ik bij het “Hollands Humeur Debat ” van Pauw & Witteman en de Volkskrant een vraag gesteld aan minister Ab Klink. Als raadslid in de gemeente Oude IJsselstreek maak ik me ernstig zorgen over de manier waarop de overheid omgaat met de gezondheidsrisico’s van de intensieve veehouderij voor zowel mens als dier. Gisteren heb ik dan ook aan Ab Klink gevraagd waarom de gezondheidsrisico’s nog steeds niet goed mee meegenomen worden als het gaat om uitbreiding en nieuwe vestiging van de intensieve veehouderij. Hij gaf hierop onder andere aan dat dit hele verhaal vooral ook vervelend is voor de bedrijfsvoering van de ondernemers.

Na de uitzending dacht ik hier even verder over na. Ziekteverwekkers zijn vaak latent aanwezig in mens en dier, maar dat hoeft niet altijd tot uitbraak van een ziekte of een epidemie te leiden. Volgens deskundigen neemt die kans wel toe naarmate er grote hoeveelheden dieren dicht op elkaar worden gehouden. Als je kijkt naar de maatschappelijke onrust rondom de intensieve veehouderij en de trage manier waarop de overheid bijvoorbeeld reageerde op de Q-koorts, moeten we dan nu al niet meteen actie ondernemen, om er voor te zorgen dat de risico’s zo klein mogelijk blijven?

Als er een ziekte uitbreekt dan is dat inderdaad heel vervelend voor de ondernemer, maar ik vind het persoonlijk toch vervelender voor de mensen en dieren die ernstig ziek worden of zelfs overlijden. Daarna had de heer Klink het erover “dat we anders maar alle dieren in de wereld moeten opruimen”. Er was helaas te weinig tijd maar ik had graag onderstaand lijstje opgenoemd en dan gaat het alleen nog om Nederland:

1997/1998: Varkenspest – 11 miljoen varkens geruimd, meeste preventief.
2001: MKZ – 260.000 koeien, schapen en geiten afgemaakt.
2003: Vogelgriep – 30 miljoen kippen vergast.
2010: Q-koorts – ruim 40.000 geiten geruimd, 6 doden, paar duizend mensen ziek.

Dan heb je nog de MRSA-bacterie waarvan de oorzaak wordt gezocht in het antibioticagebruik van onder andere de varkensboeren en tot slot de Mexicaanse griep die nota bene ontstaan is uit genetisch materiaal van menselijke griep,  vogelgriep en varkensgriep.

Wordt het niet hoog tijd dat er als het bijvoorbeeld gaat om uitbreiding en nieuwbouw van de intensieve veehouderij niet alleen een Milieu-effectrapportage maar vooral ook een Gezondheids-effectrapportage wordt opgesteld voor zowel mens als dier?  Waar wachten we op?

Bekijk hier de hele uitzending.

Ahmed Marcouch blogt: “Een niet aflatende stroom aan klachten uit het hele land, van leerlingen en hun ouders.”

20100205_ahmed_marcouchAhmed Marcouch is stadsdeelvoorzitter in Amsterdam-West. Bij Pauw en Witteman ging hij in debat over de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs in Nederland.

 

Vriend en wethouder Lodewijk Asscher had het er al over in zijn Wibautlezing: ”Er is in het onderwijs een huiveringwekkend pessimisme of misschien zelfs cynisme geslopen. We zijn dingen normaal gaan vinden die niet acceptabel zijn.”

Dat is ook gebeurd met ons middelbare beroepsonderwijs. Bijna een half miljoen Nederlandse kinderen gaan naar de centra waar die opleidingen gegeven worden: grote gefuseerde Regionale Opleidingscentra (ROC’s). Ruim zestig procent van werkend Nederland heeft een middelbare beroepsopleiding.

Ik ben blij dat het zwijgen over de ernstige klachten doorbroken is: naast spijbelen en drop-outs ook maandenlange lesuitval op grote schaal, programmajungle, roosterchaos en stages niet geregeld. En vooral ook weinig lesuren, op het ROC geldt een driedaagse schoolweek, voltijds zijn de studenten alleen in touw tijdens hun stageperiode. Een niet aflatende stroom aan klachten uit het hele land, van leerlingen en hun ouders.

Ook andere Nederlanders gaan dit ontdekken. Het begon met de lijst van zeer zwakke opleidingen van de Onderwijsinspectie. De studenten aan de ROC’s gaan woensdag staken, kondigt hun vakbond JOB aan. De docenten beginnen zich nu ook te roeren. De Tweede Kamer organiseert woensdag een spoeddebat over de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs.

En er was een debat bij Pauw en Witteman. Met de staatssecretaris en met de studenten. Wie weigerden te komen, dat waren de bestuursvoorzitters van het middelbaar onderwijs. Want als het hagelt, ga je schuilen. Je wacht tot de bui over is.

Die gaat niet over. Volgende stap is de publicatie van de lijst van vijfhonderd ‘gewoon’ zwakke scholen. Ik verwacht dat de Tweede Kamer daar naar vraagt. En anders is er wel een journalist die de Wet Openbaarheid Bestuur kent. En de vraag om openheid over de reserves, want veel scholen verklaren de langdurig zieke docent Engels of Nederlands te vervangen met een onderwijsassistent of gewoon met niks, vanwege geldproblemen. En dan komt ook nog de evaluatie van de norm dat ROC’s 850 uren per jaar moeten bieden. Dat is gedurende 42 weken zo’n krappe twintig uur per week. We zijn er nog wel een tijdje zoet mee.

Dus studenten en docenten, roer je.

Tot ziens woensdag 16 uur op het Plein in Den Haag!

Jules Muis rapt: “De bankier een hoer / Wat deed de rekenaar / Wie draaide een loer”

20100201_Jules_MuisJules Muis, voormalig vice president van de Wereldbank, schreef een rap over de commissie-De Wit.
Geïnspireerd door een vervelende passagier op de vlucht Amsterdam- Washington DC, die de rapmuziek van zijn hoofdtelefoon te lang en luidruchtig deelde met iedereen die het niet horen wilde.

De (Jan) de Wit Commissie bevindingen – rap/hiphop/song

Op de muziek van It Is Hard Out Here For a Pimp door Three Six Mafia. Scroll naar beneden voor het origineel.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

refrein

Zeur nie zoeteke
De brug stond open
Zouden de brugwacher
Op moeten knopen

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Acht inquisiteurs
Kamerbreed
Vragen 40 acteurs
Naar bancair lief en leed

refrein

T’is commissie-De Wit
Holland’s gezond verstand
Vraagt met ingetogen spit
Naar de hoed en de rand

refrein

Wie stond er te kijken
Wie keek er alleen naar
Wie zag nooit de lijken
wie was de sigaar?

refrein

De bankier een hoer
Wat deed de rekenaar
Wie draaide een loer
Hoe run je zo’n bazaar?

refrein

Hoe is ’t gekomen
Hoe is ’t gegaan
Hoe gaat het nu verder
wie heeft wat gedaan?

refrein

Getuigen lullen omhoog
Getuigen lullen omlaag
Ze houden een lang betoog
Ontwijken dan de vraag

refrein

Gister is morgen
Morgen vandaag
Vandaag overmorgen
Eergister een vraag

refrein

Hebben ze niet gezegd
Wat ze niet hebben gezien
Zelfs het hemelsche gerecht
Zag toch ook nooit een stramien?

refrein

Nout waarschuwt alsmaar
Basel tot Griekenland
Maar kwam niet echt klaar
Met IJs- of Neder land

refrein

De bankier een rijck man
Klaagt geëmotioneerd
Zijn rampenplan
Niet geapprecieerd

refrein

Artis kwam ook
Zalm, Kalff en Muis
Zij zagen veel rook
Maar niemand gaf thuis

refrein

Zwartepieten is game
Klootjesvolk trumpkaart
Betalen toch de claim
Voor het risico in de staart?

refrein

Zo’n circus ondervragen
Zacht gezegd wel-link
Het geheugen schragen
Over kabel en zijn kink

refrein

In Jan de Wit’s geest
Hij denkt en dus is
Toont commissie een beest
Onbehoorlijk onfris

refrein

Commissie veroordeelt
Banken kamerbreed
Een teveel aan inteelt
Een tekort aan wie weet

refrein 3x

Beluister hieronder de originele versie van It Is Hard Out Here For a Pimp door Three Six Mafia.

Jules Muis blogt: “Zij die de crisis lieten gebeuren, moeten vrij baan maken voor een nieuwe generatie.”

20100201_Jules_MuisAccountant Jules Muis was vice-president van de Wereldbank. Bij Pauw & Witteman keek hij terug op het verhoor van Nout Wellink bij de commissie-De Wit.

Voor de uitzending inhoudelijk begint is er (buiten beeld) nog een “ijsbreker” vraag-en-antwoord sessie met het publiek. Waarschijnlijk bedoeld latente podiumangst te dooien. Uitstekend, met ook twee uitstekende vragen en een inhoudelijk sterke uitwisseling van gedachten.

Er werd goed doorgevraagd. Met name de lastige vraag “Et tu Julius ?”, wat heb je zelf nu gedaan om je waarschuwing voldoende op de Bühne te brengen? Heb je zelf nooit getekend zonder kennis van zaken? Het zijn cruciale en terechte vragen, voor alle spelers in dit drama, ook voor een criticus. Het was de vraag waar ik het meeste moeite mee had. Omdat zelfs als je je sterk in de schoenen vindt staan je dat moeilijk kunt poneren zonder arrogant, betweterig, of ‘beyond reproach’ over te komen. Dat was een delicate balanceeract.

Wat het voorspellend vermogen van mensen betreft, blijven we zweven tussen enerzijds de valide dooddoener dat voorspellen niet zo moeilijk is, vooral waar het de toekomst betreft. Het zal altijd wel een keer gebeuren en is dus geen kunst. En anderzijds de te automatische profeetverklaringen van diegenen die gewaarschuwd hebben. Waar het om gaat, is gelijk krijgen om de juiste redenen. Dat wil zeggen: je moet vooral ook gelijk krijgen in de aangegeven oorzaken. Dan heb je pas wat bijgedragen en misschien nog wat bij te dragen.

Tot slot, hoop ik dat we wat betreft deze crisis het oog op de bal kunnen houden. Het was voorspelbaar en voorspeld. Zij die het hebben laten gebeuren moeten vrij baan maken voor een nieuwe generatie die ook zijn fouten zal maken, maar niet van deze omvang, diepte en dramatische sociale gevolgen.

Bekijk hier de gehele uitzending.

Frits Wester blogt: “Jesse Jackson is dan ook een type politicus die je op het Binnenhof helaas niet tegenkomt.”

Al zijn boeken gelezen en hem intensief gevolgd tijdens campagnes, zat parlementair verslaggever Frits Wester nu met de man die hij zo bewondert aan tafel: de Amerikaanse burgerrechtenactivist Jesse Jackson.

Af en toe ontmoet je mensen waar het charisma van af straalt. Een van die mensen is dominee Jesse Jackson, die gisteravond ook aan tafel zat bij P en W. Wat een wandelende geschiedenis die man. Mensenrechtenactivist, hij was erbij toen Marten Luther King werd vermoord, was de eerste zwarte Amerikaan die een serieuze gooi deed naar de kandidatuur voor het presidentschap, vooraanstaand Democraat en vertrouweling van veel Amerikaanse presidenten. Hij was het ook waarbij Bill en Hillery Clinton kwamen uithuilen tijdens de Monica Lewinski affaire.

Ik vond het dan ook oprecht geweldig de man te ontmoeten. Ik heb hem destijds uitvoerig gevolgd tijdens zijn campagnes, heb zijn boeken gelezen en heb hem één keer live horen spreken horen tijdens een seminar in Washington begin jaren negentig. Die meeslepende retoriek , die passievolle stem, de man overdonderd letterlijk de zaal. Het boek over zijn campagne heet dan ook heel toepasselijk Thunder in America.

Jesse Jackson is dan ook een type politicus die je op het Binnenhof helaas niet tegenkomt. Misschien was dat ook de reden dat we aan tafel allemaal behoorlijk onder de indruk waren. Terwijl we allemaal toch heel wat hotemetoten gewend zijn. Kortom een heel geslaagde uitzending. Ik was dan ook blij er deel van te kunnen maken. En o ja, ik zou het bijna vergeten, we hadden het ook nog over de Commissie De Wit. Hoe groot kunnen contrasten zijn.