Peter ter Velde blogt: "De gekte slaat om in een flow die niet meer ophoudt"

Peter ter Velde is verslaggever voor de NOS en heeft de Nederlandse missie in Uruzgan vanaf het begin gevolgd. Donderdag presenteerde hij zijn boek Kabul & Kamp Holland.

Dinsdagavond laat zijn er 40 e-mails die beantwoord moeten worden. De gekte is begonnen. Allemaal mails over mijn boek en de presentatie van donderdag. Woensdag de hele dag telefoon. Barbara Mugie van Pauw en Witteman belt volgens afspraak om vijf uur en we praten een uur over de uitzending van donderdagavond. De NOS belt tien keer, omdat er ook nieuws in mijn boek staat. Het ANP is bezig een stuk te tikken. De gekte slaat om in een flow die niet meer ophoudt. Ik doe geen oog dicht ’s nachts.

Donderdagmorgen om kwart voor zeven sms’t de woordvoerder van Defensie al. Om acht uur interview bij het Radio 1 Journaal. Daarna een uur lang de EO-radio in Hilversum. BNR-nieuwsradio belt en wil commentaar. In Den Haag stap ik de verkeerde radiostudio binnen voor een gesprek met Frits Spits. De handige technicus regelt dat het interview door kan gaan. Het wordt een persoonlijk gesprek en dat geeft energie.

Vanaf twee uur Nieuwspoort. De presentatie van mijn boek. Er zijn veel bekenden. Journalisten, militairen, mijn familie, mijn dochter. De flow gaat door. Iemand zegt me enthousiast gedag, maar ik heb geen idee meer wie het is. Ik word gek van mezelf. Er zit geen rust in deze dag. Ik kan niet meer nadenken. Ik moet een toespraak houden. Ik wilde er ’s ochtends nog even mijn gedachten over laten gaan, maar ik heb er geen tijd voor gehad. Het gaat goed. Ik zeg iets te veel ‘uh’. Commandant der strijdkrachten Van Uhm krijgt het eerste exemplaar en houdt een toespraak over Defensie en media. Het tweede exemplaar van het boek overhandig ik aan ‘de mooiste vrouw ter wereld’, mijn dochter Loïs. Eindeloos signeren na afloop. Een nieuwe ervaring. Het is mijn eerste boek. Meteen de gelegenheid om iedereen kort te spreken.

Eten in Den Haag. Naar Amsterdam. Thuis snel douchen en dan naar Pauw en Witteman. Ik ben hondsmoe als ik binnenstap. Nog één keer opladen, zeg ik steeds tegen mezelf. Het gesprek begint. Ik moet teveel nadenken over mijn eerste antwoorden. Tot Jeroen begint over het hoofdstuk ‘seks in de city’. Ik kan verhalen gaan vertellen. Het begint te lopen. Ik word enthousiast. Er komt eindelijk rust in mijn hoofd.

Als ik om half twee ’s nachts thuis kom is er via Hyves een mail van iemand die ik niet ken: ‘Hier even een bedankje van iemand die haar vriend komende week voor 7 maanden naar Afghanistan ziet vertrekken. Ik loop al een tijdje naar een goed afscheidscadeau, in de vorm van een boek, voor hem te zoeken. Dus ik ben erg blij dat ik je op tv zag. Dit is niet alleen een boek waarvan ik weet dat hij het graag wil lezen. Maar ook nog van de enige journalist waar hij positief over is. Dank je wel voor de goede timing.’ Van zo’n reactie kan ik vreselijk blij worden. Ik val als een blok in slaap.

Jack Poels blogt: Kredietcrisis, gesjoemel in de bankwereld – aan het eind van de dag is er alleen nog maar één vraag: "Hey baby, que paso?"

Jack Poels, de zanger van Rowwen Hèze, was uitgenodigd om te komen praten over de nieuwe CD en DVD van Rowwen Hèze: Saus.

Terug in de bus naar Limburg leven wij muzikanten altijd weer van sms-jes en telefoontjes die we krijgen van onze dierbaren: vrienden, partners, iedereen die het programma gezien heeft en die zo rond middernacht nog zin heeft om van zich te laten horen.

Daarnaast ontstaat er in de bandbus een discussie over op welke hand we zijn: die van de burgemeester van Almelo of die van de Turkse ondernemers. Mensen met een eigen zaak vertellen dat elke ondernemer in Nederland van nul af aan moet beginnen bij een nieuw op te starten zaak. Anderen vinden dat de burgemeester zich wel iets humaner had kunnen opstellen en op z’n minst toe had kunnen geven dat het wel erg hard gespeeld is Almelo. Allemaal meningen.

Plotseling is daar het verlossende bericht waar deze muzikant al de hele avond op zit te wachten. Afzender onbekend schrijft: “Mooie witte White Falcon gitaar!” Kijk, daar doen we het voor! Een kenner die heeft opgemerkt dat ik vanavond op de mooiste over-de-top-gitaar van deze aardbol speelde. Onze drummer Martîn vraagt wie deze sms afkomstig is. Wie stuurt er zo laat nog een sms over zoiets als een gitaar? Uiteindelijk denken we het te weten. Het moet Ruud van de muziekwinkel uit Venlo zijn. De winkel waar ondergetekende deze geile Gretsch gitaar gekocht heeft. Dit bericht stelt alles weer in een helder perspectief. Uiteindelijk denkt iedereen toch aan zichzelf: de ondernemer, de burgemeester, de advocaat, de Turkse mevrouw, de muzikant. Daar hebben we het voortbestaan van onze soort aan te danken.

Kredietcrisis, gesjoemel in de bankwereld – aan het eind van de dag is er alleen nog maar één vraag: “Hey baby, que paso?”

Bekijk hier de hele uitzending.

Jan Pronk blogt: "Eén van de jongens gaf mij een vliegtuigje. Hij gaf zijn perspectief aan mij"

In zijn nieuwe boek Het pantser afleggen uit politicus Jan Pronk zijn zorgen over de situatie in de derde wereld. Hij oppert in het boek ideeën voor een open politiek. Pronk zet zich al jaren in voor ontwikkelingslanden.

We spraken over kwetsbare rijkdom en permanente ellende. Derk Sauer schetste hoe puissant rijke kapitalisten in Rusland getroffen zijn door de financiële crisis. Ik was uitgenodigd omdat ik een boek had geschreven over solidariteit met de onderklasse. Ik vertelde over vluchtelingen in Somalië, Kongo en Soedan, levenslang tot crisis gedoemd. De beelden van Goma en Darfur staan in mijn geheugen gegrift. Ik kan daar niet afstandelijk over spreken, zoals Boekestein en Rutten dat doen, wanneer zij pleiten voor minder hulp. Zolang er geen eind komt aan het geweld is hulp de enige levenslijn. Die mag je niet doorsnijden.

In mijn boek beschreef ik een ontmoeting, jaren geleden, met een jonge Soedanese vluchteling in het kamp Kakuma. Ik was met een klein vliegtuigje gekomen. Het stond op een zanderige landingsbaan. Vlak voor mijn vertrek sprak ik met een groep jongens. Perspectief in het kamp hadden ze niet, erbuiten evenmin. Soms vielen rebellen ’s nachts het kamp binnen om jongens gevangen te nemen en te rekruteren.

Eén van de jongens gaf mij een vliegtuigje. Hij had het zelf gemaakt van blik. Wrakkig, maar kunstig. Het was het symbool van de enige verbinding met de buitenwereld. Ik wilde het niet aannemen. Het was alles wat die jongen had. Maar ik mocht niet weigeren. Hij gaf zijn perspectief aan mij mee.

Sindsdien staat het op mijn bureau. Ik kan er niet omheen kijken. Die jongen deed een beroep me. Vandaar de titel van het boek dat ik schreef: Het pantser afleggen, het pantser van onze onverschilligheid en zelfgenoegzaamheid.

Na de uitzending begreep ik: een donorcodicil is ook een levenslijn. Ik ga er vandaag nog werk van maken.

Bekijk hier de hele uitzending.

Bart Grönefeld blogt: " Zaterdag 22 november, de dag na de uitzending. Die ochtend werd ik wakker met een glimlach van hier tot Tokyo."

Bart en zijn broer Tim Grönefeld waren uitgenodigd om te komen praten over een door hen ontwikkeld horloge dat voor het luttele bedrag van 325.000 € te koop is.

Zaterdag 22 november, de dag na de uitzending. Die ochtend werd ik wakker met een glimlach van hier tot Tokyo. Zo trots als een pauw, ik keek naar buiten en alles was wit man! Sneeuw in Oldenzaal, de vele publiciteit, allemaal zeer onwerkelijk! Ik dacht, dat hebben we toch maar mooi even gedaan. Eerst hebben we achttien jaar achter de schermen opgetreden en nu zitten we, samen met Job Cohen, Gerd Leers en Dolf van den Brink, bij Pauw en Witteman aan tafel. Mijn broer Tim en ik hadden best wel wat media aandacht verwacht, maar niet zoveel als dit. In één keer meer dan één miljoen kijkers had geen van ons durven dromen. De reacties van horloge- liefhebbers, vrienden en familie zijn overweldigend. Een geweldig hoogtepunt in onze horlogemakers-carrière.

Was onze opa, de eerste horlogemaker in onze familie, nog in leven dan weet ik zeker dat hij super trots zou zijn op alles wat er nu op ons afkomt. Overigens begon onze grootvader, Johan Grönefeld zijn horlogerie in 1912, bijna een eeuw geleden. Vele gerenommeerde horlogemerken kunnen deze continuïteit binnen hun familie niet meer waarmaken. We hebben een historie binnen onze familie waar we apentrots op zijn. We hopen dat onze kinderen later het bedrijf zullen overnemen en met net zo veel passie aan “Grönefeld“ horloges zullen werken zoals wij dat doen. Moge de horlogemakers traditie in onze familie zal worden voortgezet.

We hopen dat vele mensen een “Grönefeld” horloge op hun verlanglijstje zullen toevoegen. Bij ons is de goede Sint enorm welkom!

Bekijk hier de hele uitzending.

Journaliste Joanie de Rijke blogt:"…en hou uit alle macht mijn tranen in. Want ik vertik het om mijn wanhoop aan mijn ontvoerders te laten zien."

Journaliste Joanie de Rijke regelde voor een interview een ontmoeting met een talibancommandant, maar werd door hem ontvoerd.

Toen Arnon Grunberg in Afghanistan was, had hij de woorden van een collega van The Independent goed in zijn oren geknoopt: “Sterven is niet erg. Maar gekidnapt worden, daar zie ik tegenop.”

Ik heb daar vaak aan gedacht tijdens mijn zes dagen in de Afghaanse bergen. Ontvoerd worden is wachten. Gelaten, radeloos, misselijk van de beelden van onthoofdingen, begeleid door het roepen van Allah Akbar, steeds sneller. De tijd kruipt voorbij terwijl de wereld ergens ver weg doordraait. “We zijn er met zijn allen heel hard aan bezig om je vrij te krijgen, zo snel mogelijk.” Dat is het laatste dat ik per telefoon van mijn vrienden in Kaboel heb doorgekregen. Daarna besluit de commandant van de 12-koppige groep taliban dat ik genoeg gecommuniceerd heb. En weet ik niet meer wat er gaande is. De wereld is een stille plek geworden, hoog boven een kaal dal. We staan op met het eerste zonlicht boven de bergtoppen, rond een uur of zes. En dan is het opnieuw wachten. Mijn ontvoerders wisselen elkaar af. Sommigen zijn een paar uur weg. Om in het dal eten te halen. Of hun telefoon op te laden. Ik blijf zitten, op een rots boven de afgrond. Aan de stand van de zon kan ik ongeveer inschatten hoe laat we leven. Hoeveel dagen zal ik zo nog moeten zitten? Wanneer wordt de commandant het wachten beu en vermoordt hij mij alsnog? Hij zegt niets meer over de hele zaak. Hij ziet aan mijn gezicht dat ik vol vragen zit maar hij zwijgt bewust.

De derde dag komt hij aanzetten met de schoenen van een van de tien Franse paracommado’s die hij samen met zijn mannen in een hinderlaag lokte en doodschoot. Of ik ze niet wil hebben? Het terrein is tenslotte zwaar, zegt hij. Mijn maag keert om. Ik wil ze niet. Nooit niet.

De volgende middag haalt de commandant een paar spullen uit de zakken van zijn vest. Het zijn twee naamplaatjes van de gesneuvelde Fransen: Kevin Chassaing en Anthony Rivière. Ik moet ze voorlezen terwijl de groep taliban rond me zit. Ze willen ook weten wat er op de briefjes en kaartjes van de Fransen staat. Een busabonnement, de visakaart van Kevin. Er zit ook een halskettinkje met een zilveren hartje tussen, samen met een hangertje, ik geloof van de heilige Michaël waarop staat dat hij kracht geeft. Het is het meest emotionele moment van mijn zes dagen gijzeling. Ik heb die Franse spullen in mijn handen en hou uit alle macht mijn tranen in. Want ik vertik het om mijn wanhoop aan mijn ontvoerders te laten zien.

Ik mag de kettinkjes niet houden. De commandant wil ze terug. Hij steekt ze in zijn zak waar hij ook mijn visakaart heeft zitten. Mijn visakaart in zijn ene zak, die van Kevin in de andere. Maar ik ben er nog, en Kevin niet meer. En hoewel ik hem en Anthony en de andere acht militairen niet kende, doet die gedachte ontzettend pijn. Daarover kon ik niet praten in het programma. Daarom schrijf ik het hier.

Bekijk hier de hele uitzending.

Lodewijk van der Grinten blogt: "Waarom krijgen banken wel miljarden en worden horecabedrijven in de steek gelaten?

Lodewijk van der Grinten is directeur van Koninklijke Horeca Nederland en hij is boos. Boos vanwege het rookverbod in de horeca waardoor caféhouders op de fles dreigen te gaan.

Na het gesprek met minister Klink (Volksgezondheid, red.) werd ik uitgenodigd om aan tafel te zitten om de problematiek van het rookverbod toe te lichten. Nederland kent door de vele media-aandacht inmiddels het probleem van de horecaondernemers. Wat me opvalt, is dat men een groot probleem voor cafés en sommige discotheken bagatelliseert. Zij betalen een onacceptabel hoge prijs voor dit rookbeleid. Koninklijke Horeca Nederland is altijd een kritische, maar constructieve partner geweest en stuit nu op de dogmatiek van deze minister.

De hardwerkende horecaondernemers worden door de minister in de kou gelaten. Ik maak me daar boos over, we hebben de feiten dat er horecaondernemers het niet gaan redden. Van D66’er Pechtold had ik meer verwacht, zijn partij gaf in het spoeddebat nog aan dat Klink moest nadenken over mogelijkheden om het draaglijker te maken door bijvoorbeeld een dag in de maand roken toe te staan in de horecagelegenheid. Haalbaar of niet, daar steunde zijn partij nog de horecabedrijven die het nu zo moeilijk hebben. Vanavond merkte ik weinig van die steun. Ik vraag me dan ook af of de politiek wel echt begrijpt wat er speelt in de samenleving.

Begrijpt de politiek dan wel wat het is als een ondernemer jaren heeft gewerkt en nu zijn hele zaak in rook ziet opgaan? Waarom krijgen de banken wel miljarden en worden de gezellige horecabedrijven in de steek gelaten? Ik vind echt dat we daar wat aan moeten doen, de politiek wilde dit rookverbod en moet nu ook bereid zijn om de consequenties voor haar rekening te nemen. Zover is het nog niet, maar de cafés en discotheken zien hun omzetten alleen maar kelderen door hun rookverbod en krijgen straks ook nog een verhoging van de bieraccijns van 30%.

De ruim 20.000 leden van Koninklijke Horeca Nederland vinden het noodzakelijk om ervoor te zorgen:
1. Of handhaven en anders rookverbod opheffen.
2. Roker strafbaar stellen, zoals in bijna alle Europese landen.
3. Compensatieregeling voor zwaar gedupeerde ondernemers.
4. Illegale zuipketen aanpakken.
5. Gemeenten moeten zich soepel opstellen.
Wij blijven ons hiervoor inzetten. En aan de mensen in Nederland wil ik zeggen, ga naar het café en maak het gezellig!

Bekijk hieronder het debat in Pauw & Witteman tussen ChristenUnie-woordvoerder Joël Voordewind en Marina Bosman die een kleine kroeg in Leiden bestiert.

Maarten van Rossem blogt: "Ik praat graag langdurig zonder in de rede gevallen te worden"

Maarten van Rossem was te gast bij Pauw en Witteman omdat hij met pensioen is gegaan.

Mijn pensioen blijft een populair onderwerp. Vandaag trad ik op bij Pauw+Witteman om te rapporteren over mijn afscheid van de Universiteit Utrecht en mijn ervaringen met het gevreesde zwarte gat dat de gepensioneerde wacht. De andere onderwerpen waren het vertrek van minister Vogelaar en de daaraan gekoppelde vraag of Vogelaar was vertrokken vanwege ideologische onenigheid met partijleider Bos, en de klemmende vraag of de overheid niet wat toleranter zou kunnen zijn voor kleine café’s die failliet dreigen te gaan omdat daar niet meer mag worden gerookt. Over deze beide onderwerpen ontwikkelde zich een levendige discussie, die in het geval van het Vogelaar-vraagstuk iets te kort duurde en in het geval van het roken iets te lang. Over het roken ontstond een patstelling die een herhaling van argumenten onvermijdelijk maakte. Over de kwestie-Vogelaar kon volgens mij zonder veel moeite consensus worden bereikt. Vogelaar is niet heengezonden vanwege haar standpunt over het integratiedebat, maar vanwege haar moeizame bestuurlijke functioneren. Bij het debat maakte Fatima Elatik welsprekend duidelijk dat de standpunten van Bos en Vogelaar in de praktijk zonder moeite kunnen worden gecombineerd. Streng optreden tegen Marokkaanse lastposten is geboden, maar het Nederlandse integratiedebat kan wel degelijk wat kalmer van toon.

Het is lastig iets verstandigs te zeggen over het laatste onderwerp, waarbij ikzelf het hoofdbestanddeel was. Natuurlijk vond ik dat het niet lang genoeg duurde, maar dat vind ik eigenlijk altijd. Dat is ten dele terug te voeren op de karakterologische deformatie die ook in het item aan de orde werd gesteld: ik praat graag langdurig zonder in de rede gevallen te worden. Ik vond het jammer dat mijn langzamerhand wat sleetse confrontaties met de Hilversumse “conventional wisdom” veel tijd kregen, terwijl mijn ervaringen als docent met de studenten onvermeld bleven. Anderzijds loopt het bij vrijwel alle tv-uitzendingen waaraan ik heb meegewerkt geheel anders dan het voorgesprek en de planning deden vermoeden. Daarover moet de gast niet wakker liggen en dat zal ik vannacht ook niet doen.



Bekijk hier de hele uitzending.

Lily Wadners, de moeder van de vermoorde Marlies van der Kouwe, blogt: “Naar mijn gevoel was ik nog lang niet uitgesproken over Marlies"

Lily Wadners sprak samen met haar ex-man Jan-Willem van der Kouwe in de uitzending over het tragische verlies van hun dochter.

Vrijdagavond was voor mij erg spannend omdat ik niet zeker wist of ik niet te emotioneel zou zijn, maar door de omgeving en de opvang van de redactie voelde ik mij sterk genoeg om iets te zeggen over Marlies. Naar mijn gevoel was ik nog lang niet uitgesproken over Marlies. Ze zat vol plannen voor de toekomst, een jonge vrouw aan het begin van een nieuwe start die ze op Bonaire wilde maken. Ze sprak met mij over haar plannen, naast werken in de apotheek was ze van plan om als vrijwilliger bij de ezelopvang te gaan werken. Een aantal jaren geleden is ze daar geweest en heeft dat plan toen al bedacht, helaas is alles haar ontnomen. Heb daar nu geen woorden voor, het verdriet is daarvoor te groot, we hebben het geld dat Marlies tegoed had van de weekjes werken in de apotheek geschonken aan de ezelopvang Bonaire. Zij hebben het hard nodig en weten dat dit Marlies haar wens geweest zou zijn.

Bekijk hier de gehele uitzending.

Kees van Kooten blogt: "Ik moest vertellen wat de ware oorzaak van de kredietcrisis was"

Kees van Kooten schreef een nieuwe versie van het lied De nachtegaal van Theo Loevendie en hij is ook de verteller van het luisterboek van dit sprookje van Hans Christian Andersen.

Ik had het nog zó goed uit mijn hoofd geleerd. Want ik mocht geen fouten maken. Het was namelijk nogal iets, wat ik ging vertellen! Maar door de Congo-beelden raakte ik van slag. Zou er nog tijd zijn om aan te sluiten bij het boeiende betoog van Jacob Gelt Dekker? Dat draaide tenslotte ook om miljoenen. Ik deed of ik jeuk aan mijn neus had, maar keek intussen stiekem op mijn horloge en naar Jeroen Pauw. Nog twee minuten. Nu! Ik moest gewoon het woord nemen en vertellen wat de ware oorzaak van de wereldwijde kredietcrisis was. IS, bedoel ik. Dat had ik immers op deze woensdagmorgen eigenogig gelezen in het Franse, socialistiese dagblad Libération. Omdat ik namelijk net uit Parijs kwam. Want ik vind dat je alleen bij Pauw & Witteman mag zitten als je net ergens vandaan komt. En dan niet braafjes van huis natuurlijk. Tenzij dat huis in het buitenland staat.

Enfin: een verbijsterend onderzoek heeft dus uitgewezen dat, ver voor de kapitaalvlucht naar IJsland, vier van de tien Franse banktopmannen investeringen in Amerika hebben gedaan omdat hen, per belegde miljard euro, een gegarandeerd rendement van a billion dollars was gegarandeerd. Maar: zoals u wèl weet maar die domme Fransen niet, is het Amerikaanse ‘Billion’ het equivalent van ons Europese Milliard. Hun tien tot de veertiende is gelijk aan ons tien tot de elfde. Dat verschil is, bijna tweehonderd jaar na Napoleon,nog altijd niet decimaal rechtgetrokken. Enfin, reken zelf maar na.

Rijkman Groenink zijn Engels schijnt zo erbarmelijk te zijn, dat óók hij jarenlang heeft geloofd dat hij, via Amerikaanse beleggingen, uiteindelijk een gouden opkraslot met drie extra nullen kon toucheren. Dat had ik allemaal willen zeggen en dan had ik er achteraan willen roepen: “en ook hier in Nederland graag een parlementair onderzoek naar deze hemeltergende onwetendheid in de bankwereld”, maar daar kwam het dus niet meer van. Dus houd u dit alstublieft tussen ons, totdat ik nog eens gevraagd wordt. En nu ga ik, via Internet, aandelen in de voetbalclub Lienden kopen. Want daar Kraayt voorlopig geen Arie Haan naar.

Bekijk de gehele uitzending.

Cees Fasseur blogt: "Het optreden bij Pauw en Witteman heeft veel weg van het betreden van een boksring"

Historicus Cees Fasseur is de schrijver van een gisteren verschenen ‘Soestdijk-soap’: Juliana en Bernhard. Het verhaal van een huwelijk, de jaren 1936-1956. Hij kreeg daarvoor exclusief toegang tot de lang verborgen Oranje-archieven.

In zijn verlovingsbrieven schreef Bernhard aan Juliana dat hij vroeger gebokst had. Even daargelaten of het waar is – Bernhard keek niet op een leugen meer of minder in zijn leven – het optreden bij Pauw en Witteman heeft veel weg van het betreden van een boksring. De twee arbiters zitten aan het hoofd van de ovale tafel. Daaromheen, belicht door schijnwerpers en camera’s, zitten Elsbeth Etty, biografe en journaliste, gevreesd om haar linkse directe, Pieter Broertjes, een volhouder die het niet gauw zal opgeven, en Cees Fasseur, de auteur van een zojuist verschenen Soestdijk-soap, Juliana en Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. Om hen heen zit het publiek, luid klappend en beschaafd bloeddorstig. De stemming is zinderend, de sfeer vol verwachting. Zal de ‘hofbiograaf’ zich staande kunnen houden of onder de verbale slagen van zijn opponenten bezwijken? Eerst mag hij een paar vragen over zijn boek beantwoorden. Helaas ontbreekt de tijd om enkele mythes en verzinsels recht te zetten, zoals de ‘stadhoudersbrief’ die Bernhard (tezamen met Juliana!) in 1942 aan Hitler geschreven zou hebben. De brief werd nooit gevonden, maar het is als het bestaan van ‘Boven’: sommigen blijven hardnekkig in het onzichtbare en ongeziene geloven.

Vervolgens worden enkele ontwapenende film- en videofragmenten getoond van de jonge prinsesjes, vader en moeder, in Canada en op Soestdijk. Pieter Broertjes legt het mede door hem geredigeerde boek De prins spreekt op tafel bij het beantwoorden van de klemmende vraag of Bernhard Juliana uit liefde trouwde of niet. Hem wordt verweten dat hij zich bezondigde aan ‘damesbladproza’, een beschuldiging die hij uiteraard weerspreekt.

Dan komt het zwaardere werk. Greet Hofmans verschijnt in het beeld. Een wat unheimisch ogende gestalte, die befaamd werd door haar ‘doorgevingen’. Wat die doorgevingen precies waren, is minder duidelijk. Ze gingen in elk geval van ‘Boven’ naar ‘Beneden’. Ook Greet zelf mag het op het videoscherm proberen uit te leggen, maar slaagt daarin niet. Dan komt haar invloed op de landsmoeder, Juliana, ter sprake. Elsbeth Etty werpt zich in de strijd, neemt het voor de Hofmansgroep en Juliana op, beschuldigt haar twee mannelijke tegensprekers van mannelijke vooringenomenheid en houdt staande dat Bernhard in Fasseurs verhaal de boosdoener is en Juliana het zielige slachtoffer. Zij verdedigt zich met vuur en overgave en laat, ook al blijkt zij in deze benadering een eenling, zich niet in de hoek drijven. Waar mogelijk stoken Paul Witteman en Jeroen Pauw het vuurtje hoger op. Ook spreekt zij haar sympathie uit voor haar vroegere lijfblad De Waarheid, dat indertijd als enige krant niet deelnam aan de onderonsjes van hoofdredacteuren waarbij de Nederlandse pers in feite gemuilkorfd werd. Zo eindigt de woordenstrijd zonder duidelijke winnaars of verliezers, en blijft de herinnering van een genoeglijk uur op de late avond.

Bekijk hier de hele uitzending.