Eddy Terstall blogt: "Met een griephoofd naar de uitzending"

De film Vox Populi van Eddy Terstall ging in première op het Nederlands Film Festival. Een film over een linksige grachtengordelpoliticus die op de populistische tour gaat. Met Jeroen en Paul in een bijrol.

Vond het leuk om Rintje Ritsma te ontmoeten. De stapel medailles voor me maakte nogal indruk. Ik kwam met een gigantisch griephoofd uit mijn bed gerold naar jullie uitzending. Maar het aspirientje en de leuke medegasten deden blijkbaar wonderen want de volgende dag was ik zo fris als een hoentje en heb ik fris en fruitig toch in de allerkleinste uurtjes van mijn première kunnen genieten. En met kleinste uurtjes bedoel ik dat ook letterlijk. Die Kamp is lang niet zo streng als hij er uit ziet. Aardige vent. Als de camera uit is, verschijnt er meteen een glimlach. En nog even met Max Westerman over de Amerikaanse verkiezingen gewauweld en vergeleken welke websites we daarbij volgen. Een tip: www.electoral-vote.com

En wat betreft de uitzending. Ik ben meer van de een op een gesprekken. Dan kun je wat beter uitleggen wat je vindt. Meer in de context. Zo’n volle tafel is minder mijn terrein. Als enig kind ben je gewend om alle aandacht te krijgen. Een van mijn zwakheden. Nog dank voor de uitnodiging, Jeroen en Paul, en voor het meespelen in mijn film. Dat deden jullie zeker niet onverdienstelijk.

Klik hier voor de betreffende uitzending

Charles Groenhuijsen blogt: "Debat is als de Champions League en Alpe d’Huez"

Vol spanning leefden veel Amerikanen toe naar de eerste confrontatie tussen McCain en Obama. Tot teleurstelling van Groenhuijsen eindigde het debat in een bloedeloos gelijkspel.

Jammer eigenlijk. Van de swingende Obama die in verkiezingstoespraken stadions aan zijn voeten krijgt, is in zo’n debat weinig over. Ik heb hem wel eens de beste spreker genoemd sinds John Kennedy en Ronald Reagan. Maar daar zie je niks van terug als hij achter een lessenaar tegenover aartsrivaal John McCain staat.

Weg is de ronkende taal. Weg de weidse politieke vergezichten. De bijna messiaanse formules waarmee hij miljoenen Amerikanen heeft ontroerd zijn verdampt. Obama-aanhangers moeten teleurgesteld zijn. Een zesje. Meer valt er niet van te maken.

We hadden thuis in Washington Amerikaanse vrienden te eten en lieten ons ijstoetje om naar het debat te kijken. Het zijn allemaal toegewijde, ja zelfs fanatieke Democraten. Een paar van hen voeren zelfs campagne voor Barack Obama in de staat Virginia waar nogal wat twijfelende kiezers wonen. Ze wisten zeker dat de rechtse, licht bejaarde John McCain ten onder zou gaan tegen de linkse, energieke Barack Obama.


Zouden ze op het puntje van hun stoel zitten om maar geen woord te hoeven missen? Niet dus. Het duurde niet lang of het ging tussendoor ook over hele andere dingen. Over de school van onze kinderen of dat we een lekker rustig weekeinde tegemoet gaan omdat vanwege het belabberde weer (beetje Hollands herfstweer hier in Washington!) de voetbal- en baseball-wedstrijden van de kids vast niet door gaan.

Geloof me, deze vrienden zijn net als ik politieke junkies. Ze aten erg nerveus hun bordje leeg want ze wilden naar de televisie kijken. Geen wonder. Zo’n eerste grote debat is de ultieme test voor de kandidaten. Alle helpers zijn weg. Er is geen uitzinnige menigte die je opzweept. Er huppelen geen politieke dansmariekes in de achtergrond. Er zijn geen excuses meer. Je moet het echt helemaal zelf doen. Zo’n debat is in de lange race naar 4 november als de Champions League bij voetbal of de monsterbeklimming naar Alpe d’Huez in de Tour de France.

Maar het was dus een saai debat. Een beetje als met een voetbalwedstrijd die sullig in 1-1 eindigt. Nou goed dan 2-2, vanwege die paar sprankelende momentjes. Maar voor de rest geen vernietigende oneliners, geen rake grap die de tegenstander van zijn stuk brengt. McCain en Obama draaiden hun vertrouwde lesje af. Wie al meer toespraken van ze had beluisterd hoorde weinig nieuws.

Was het gebrek aan lef? Staat er te veel op het spel voor echt vuurwerk? Dan krijgt de kandidaat al snel het verwijt niet ‘presidentieel’ te zijn. Een van deze twee mannen staat binnenkort immers als de opvolger van George Bush op de statige trappen van Capitol Hill. Er moet een slimme afwisseling zijn van vertrouwen en vechtlust, stijl en strijdbaarheid. Daarbij past geen heftige moddersmijterij.

Met onze Amerikaanse Obama-vrienden hebben we afgesproken aanstaande donderdag weer naar de TV te gaan kijken als de beide running mates – Joe Biden en Sarah Palin – debatteren. Ze weten nu al zeker dat wat Obama nog niet lukte – de genadeklap voor McCain – donderdag heus wél te verwachten is. Palin zal zo blunderen dat het McCain onherstelbare schade toebrengt. Ik riep nog iets over wishful thinking. Maar dat hielp al niet meer. De botte grappen over Palin vlogen al in de rondte.
Misschien zijn de kandidaten in het debat niet erg fel, hun aanhagers zijn dat gezeten voor de televisie wel. Ik ga – ondanks het suffige gelijkspel van vrijdag – dus toch weer lekker kijken.

Klik hier voor de betreffende uitzending.

Joop Braakhekke blogt: "Jeroen en Paul de angels in de pels van de journalistiek"

Joop Braakhekke blogt over de ontregelende strategieën van Jeroen en Paul: “Ze zijn aardig, doen ook aardig, en dat is dan ook de valkuil, want aan tafel krijgen ze iets van hyena’s.”

Ik word gebeld door een redacteur van Pauw & Witteman, of ik in de uitzending wil, omdat ik boos ben op BNN. Twee “heren” van het programma Try before you die hebben in le Garage gegeten, kaviaar en champagne natuurlijk, het moest duur en rijk zijn, en daarna niet betaald. Weggerend. Ik moest dus mijn boosheid verklaren. Jeroen Pauw zowel als Paul Witteman zijn de angels in de pels van de journalistiek, waarmee ik wil zeggen, je schuift er niet zomaar aan tafel, ik tenminste niet. Ze zijn haarscherp, tot op het bot, je weet van te voren niet wat je te wachten staat, al wordt het hoofdonderwerp summier doorgenomen. Ze zijn aardig, doen ook aardig, en dat is dan ook de valkuil, want aan tafel krijgen ze iets van hyena’s. We zouden eigenlijk praten over mijn ergernis over het gebrek aan kwaliteit op TV en wat mij nog meer irriteert.

Begint Pauw over mijn hond,waarom ik die bij me had. Weg concentratie, wellicht had ie gezien dat ik wat gespannen was en probeerde hij dat op die manier te doorbreken, hoeft niet, maar kan, hij is uiterst intelligent. Die gespannenheid kwam voort uit het feit dat ik met de directeur TV van BNN, Kasteleins, de zaak had uitgesproken, en dan moet je er eigenlijk niet meer op terugkomen. Ik vergat dan ook aan tafel te zeggen, dat het geld (te laat) is betaald, na de uitzending. Zo zei ik ook dat mijn bedieningmedewerkers zo’n onbetaalde rekening moeten betalen uit de fooienpot. Kijk, tot zo’n uitspraak laat je je dan verleiden, terwijl dat uiteraard niet zo is, je dreigt daarmee om de oplettendheid te activeren.

Ik zat naast mevrouw Belliot, aardig, Surinamers zijn vaak aardige mensen, maar hun manier van denken is de onze niet, tropisch denken is anders dan westers denken, zij wil naar Brussel als onze vertegenwoordiger, als ik haar was zou ik het niet doen, Brussel is niet tropisch, verre van dat. Er zijn niet eens Surinaamse restaurants, geen roti.

Generaal Couzy ook aan tafel, tja, ook uit een andere wereld, die van gezag, ging over Middelkoopje, die niet van soldaten of het soldatenleven houdt, ook niet van homo’s, hun huwelijk zou de ontbinding van het familierecht zijn, die man moet zeker naar Uruzgan en lang ook.

Joris van Casteren schreef een boek over lelijk Lelystad, maar ik begreep dat het meer over hemzelf IN Lelystad gaat, ja, in zo’n negorij wordt je wel verknipt en ga je stoute dingen doen. Al met al denk ik dat het niet de beste Pauw & Witteman was. Maar in de studio is het altijd anders dan thuis voor de buis, het lijkt zo knus, terwijl het nogal zakelijk is. die spanning maakt het waarschijnlijk zo professioneel. en succesvol. De heren J & P kunnen er wat van.

Johan Faber blogt: "Achteraf zijn er altijd dingen die je nog had willen zeggen"

Johan Faber is de schrijver van het boek Wat bezielde Volkert van der G.? Faber blogt over gezonde spanning bij een tv-optreden, over ‘rotvragen’ van Jeroen en Paul en over Guusje ter Horst “wat een leuke vrouw!”, aldus de schrijver.

Ik blijk als laatste gast aan de beurt te zijn. Dat geeft me ongeveer drie kwartier om ‘gezonde spanning’ op te bouwen. En geloof me: spanning is gegarandeerd bij een tv-optreden. Ik heb het al een paar keer meegemaakt, maar het blijft een enorme heisa: make-up, lampen, camera’s, mensen die een microfoon aan je jasje plakken, aan je stoel sjorren, enzovoorts.

Terwijl Guusje ter Horst (wat een leuke vrouw!) aan het woord is, wordt mijn aandacht getrokken door het exemplaar van De Telegraaf, dat voor me op tafel ligt. Boven de watersnoodkop ‘DIT IS GOUDA’, lees ik: ‘Royston Drenthe negeert Foppe de Haan’.
Kijk, dat vind ik nou veel interessanter dan dat stomme Gouda. Via-via hoorde ik een paar weken geleden dat Drenthe in Peking een keer de spelersbus van het Olympisch elftal liet stilzetten, omdat hij een horloge wilde kopen (prijs: 10.000 euro). Ik zeg: negeren die man.
Dan mag ik eindelijk van wal steken – van de Finse YouTube-moordenaar naar Volkert, een fraai bruggetje. De spanning glijdt direct van me af.

Pauw & Witteman willen precies weten hoe ik Volkerts vriendin precies benaderde en hoe zij reageerde. Rotvragen. Ik ben terughoudend, wil niet te veel in haar privacy treden. Maar zodra het over het boek en over Volkert gaat, kom ik los. Ik zeg dat Volkert in zekere zin buiten de realiteit stond toen hij de moord pleegde. Dat hij al lang voor de moord op Fortuyn een grens had overschreden.

Achteraf zijn er altijd dingen die je nog had willen zeggen. Dat de feiten over Volkert pas betekenis krijgen als je ook een verhaal vertelt. Dat ik in de eerste plaats Volkert tot leven wilde brengen, een geloofwaardig karakter van hem wilde maken.

Na afloop, aan de borreltafel, schuift de minister me het exemplaar toe dat ik haar voor de uitzending al had gegeven – ze wil dat ik het signeer. Zoals ik zei: een leuke vrouw. Zo’n minister (prachtig gekleed bovendien, in een mooi roze ensemble) is goud waard voor het imago van de regering. ‘Voor Guusje,’ schrijf ik. Na een moment van aarzeling zet ik er ‘ter Horst’ achter.

Joost Zwagerman blogt: "Ergens in een hoekje van mijn hoofd komen wat steekwoorden binnen van de gesprekken die aan tafel worden gevoerd"

Het eerste exemplaar van de bundel De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 essays van Joost Zwagerman lag gisteren op tafel bij Pauw & Witteman. Voor de schrijver was dat de reden dat hij nauwelijks iets opving van de conversatie aan tafel. Zwagerman blogt over zijn essay, zijn bijna-dood-, bijna thuis- en zo-is-alles-bijna-perfect ervaring.

‘….en Joost Zwagerman praat over zijn bijna-dood ervaring.’ Ik knipper even met mijn ogen als ik het Paul Witteman hoor zeggen, en denk meteen aan sommige familie-leden van me die nu vermoedelijk zitten te kijken. Kom kom, nou nou, bijna-dood ervaring. Het was maar een ongeluk op de fiets, hoor. Goed, een jongen gaf je een elleboogstoot, maar laten we het niet erger maken dan het is. Zo ongeveer zullen die familie-leden reageren op Pauls woorden, of die nu half-ironisch zijn of niet.

Intussen span ik mij in om mijn gedachten bij de tv-gesprekken te houden. Dat is niet altijd gemakkelijk, want voor me op tafel ligt die enorme turf, ‘De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880- in 250 essays’. Jaren heb ik aan de samenstelling van die bloemlezing gewerkt. Gewikt, gewogen, geaarzeld en gekozen; gesproken ook met diverse hoogleraren moderne en historische letterkunde, want gedurende dat samenstellen was het een uitkomst om nu en dan met echte professionals en hooggeleerde kenners van gedachten te wisselen. En dan ligt het boek daar dan op de talkshowtafel, en dat terwijl het officieel pas later in de week in de winkels ligt en nu nog niet van de drukpersen is gerold. Speciaal voor deze uitzending van Pauw & Witteman heeft een medewerker van uitgeverij Prometheus éen enkel exemplaar bij de drukkerij weggekaapt. Dat exemplaar ligt nu voor me op tafel en is voor mij ook echt het aller-, allereerste exemplaar.

Nog nooit heb ik een eerste exemplaar van éen van mijn boeken in een tv-studio in ontvangst genomen. Meestal gebeurt zoiets ten burele van de uitgeverij. Of anders komen de uitgever en de redacteur thuis bij me langs, fles champagne onder de arm. Maar deze keer blader ik vlak voordat de uitzending begint stiekem en gehaast door het vuistdikke boek dat nu dus feitelijk en tastbaar mijn leven komt binnengezeild.

Raar moment, altijd weer, het aanraken en vasthouden van zo’n allereerste exemplaar. Blijdschap natuurlijk, de klus is geklaard, maar in dit geval voel ik me ook een tikje melancholiek. De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 200 essays , en in zekere zin ligt in allerdrie die delen bij elkaar de kern, het merg, het ‘nec plus ultra’ van mijn halve lezende leven vervat – ik zeg, mijn halve leven, want er is natuurlijk nog een andere helft omdat er ook veel van buiten de landsgrenzen moet worden gelezen.

Wat hierna nog te bloemlezen? Kan of moet ik nu lui achterover gaan zitten, denkend aan lauweren waarop ik dien te gaan rusten? What’s next? Nou ja, in de greep van allerlei meanderende kleine gedachten en overwegingen zit ik aan tafel, en ergens in een hoekje van mijn hoofd komen wat steekwoorden binnen van de gesprekken die aan tafel worden gevoerd. OV Chipkaart. O ja. ‘Gesprekken eenzijdig opgezegd.’ ‘We sluiten niet uit dat we actie gaan ondernemen.’ Het zullen vast zinnen van groot gewicht en dito urgentie, en eerdere avonden dat ik aan tafel bij Pauw & Witteman zat, werd ik altijd dwingend het tafelgesprek ingezogen, maar deze keer blijven mijn gedachten telkens haken aan mijn bloemlezing die daar nu dikbuikig en voltooid op tafel ligt, en in afwisseling met dat melancholieke gemijmer dwaalt mijn blik soms af naar diverse mensen in het publiek. Een goedlachse jongen met een kaal hoofd die opvallend veel op de kunstcriticus Hans den Hartog Jager lijkt – maar nee, het is ‘m toch niet. Een lief echtpaar van middelbare leeftijd dat, zo lijkt het, gedurende de hele uitzending de handen verstrengeld houdt. Een jongen in een gifgroen overhemd aan de kraag waarvan hij af en toe zit te plukken. Een meisje met hennarood haar dat tamelijk wild is opgebonden en waarvan de uiteinden stoer tegen de rode randen van het Pauw & Witteman-logo prikken.

Dan zegt Paul ineens voor een tweede keer iets over die bijna-dood ervaring, en ik begrijp dat ik bij de les moet blijven. Maar eerst: de zapservice. Even later vragen de heren mij of dat ongeluk in het verkeer nu blijvende veranderingen heeft nagelaten, en nadat ik wat bijzonderheden heb opgenoemd, hoor ik mijzelf zeggen dat er sindsdien iets aan mijn concentratie schort. Ik aarzel of ik zal bekennen dat ik nauwelijks iets heb opgevangen van de conversatie die tot op heden over tafel is gegaan. Toch maar niet – de tafelgenoten zouden het misschien verkeerd op kunnen vatten, terwijl het toch echt aan mij ligt – en aan dat grote, dikke boek natuurlijk met mijn naam erop en dat naar me ligt te lonken en nu al een half uur naar me lijkt te seinen: sla mij open, controleer mij, check de jaartallen die hierbinnen staan vermeld, ga de inhoudsopgave na, inspecteer de kleine wijzigingen die je op het laatste moment nog in de inleiding heb aangebracht – maar ook: houd mij vast, streel mijn kaft, betast mijn ingebonden rug, duw je duim liefkozend tegen mijn vliesdunne bladzijden, ruik de troostende geur die ik met heel mijn godallemachtige veertienhonderd-en-nog-wat-pagina’s lang verspreid: papier, lijm, drukinkt; snuif die eeuwige melange op die een boek ook echt een boek maakt, en druk mij uiteindelijk kozend tegen de borst, vlak voordat je mij weer weglegt en alleen laat… Jaja. Mag het een tikje minder hoogdravend?

Dan hoor ik de aftiteling; zes mannen aan tafel gaan verzitten in hun stoel voordat ze opstaan. De beide presentatoren lopen nu de tafel langs om handen te schudden, en naast en tegenover mij peuteren de drie overige gasten aan de revers van hun jasje teneinde de microfoon te verwijderen. Nagesprek, de jasjes uit, beneden in ’t café wacht voor iedere gast de in rood cellofaan verpakte fles wijn.

Dan: op de fiets terug naar huis. Het is een route die ik vaker heb gefietst, van en naar De Wereld Draait Door bijvoorbeeld. Deze maandagavond is het bijna onwerkelijk stil op straat. Vorige keer gaf ik na de uitzending zelf nog exemplaren weg aan de beide presentatoren. Maar deze keer had ik aan een redacteur van Pauw & Witteman gevraagd of ik het exemplaar van de essaybloemlezing mee naar huis mocht nemen – want ja, het allereerste exemplaar….. Dat exemplaar bungelt nu in een plastic tasje dat aan mijn fietsstuur hangt. Twee kilo schoon aan de haak.

Nog voordat ik de Amstel bereik heb ik geen bijna-dood- maar wel een bijna thuis-ervaring, en dat terwijl het toch nog een kleine twintig minuten fietsen is voordat ik, écht thuisgekomen, in de leesstoel aan het echte werk kan beginnen: een tweede kennismaking met het boek – maar nu een echte, zonder studio-lampen, en zonder de vrolijke hectiek van studiopubliek, technici en langsrennende programmaredacteuren. Ik denk dat ik eens een half nachtje in mijn eigen bloemlezing ga zitten lezen. Wiens essay zal ik als eerste lezen:? Dat van Ter Braak? Van WF Hermans? Hella Haase? Connie Palmen, ‘Een nar vermoord je niet’, over Pim Fortuyn?

Flesje wijn mag uit cellofaan. Luie leesttoel. Gestrekte benen op een bijgeschoven eetkamerstoel. Sigaret. De bloemlezing willekeurig openslaan. Zomaar een alinea lezen. Hee, Jeroen Brouwers, ‘De Nieuwe Revisor’. Dat essay heb ik denk ik al meer dan twintig keer in mijn leven gelezen: polemiek die nooit verveelt. Tweede fragment. Gerrit Komrij, ‘Humeuren, temperamenten en demonen.’ Lezen, nu!
Zacht daalt rondom de leesstoel de gewenste stemming neer.
‘…. En Joost Zwagerman zegt verder niets over zijn zo-is-alles-bijna-perfect ervaring.’

Maike Meijer en Margôt Ros bloggen: "En dan barst de uitzending los. We laten ons meevoeren en dat gaat wonderwel"

Maike Meijer en Margôt Ros waren uitgenodigd om te praten over hun komische TV-serie Toren C, elke vrijdagavond om 21.55 uur te zien op Nederland 3.

Het begon al bij de deur. Er staat een hele smalle jongen in een onberispelijk grijs pak bij de deur van Studio de Plantage. Margôt schudt de jongen zijn hand en zegt: ‘Hallo, wat fijn dat je ons komt begroeten, je bent de gastheer van Pauw en Witteman?’ Waarop Maike in Margôt’s oor sist: ‘Hij is ook een gast aan tafel. Hij komt net van de paralympics.’ Margôt zegt meteen: ‘Oh! Ben jij die tafeltennisser? Gefeliciteerd met je gouden medaille!‘ Maike sist in Margôt’s oor: ‘Brons’. ‘O Brons! Sorry, gefeliciteerd!’ Hoe slecht kun je binnenkomen, al was het wel weer een echte ‘Toren C’ scène. Nico Blok kan de vergissing goed hebben en er gelukkig smakelijk om lachen.
Wat heel leuk was: terwijl we zaten te wachten, konden we met een scheef oog onze eigen derde aflevering van Toren C op TV zien. In de kamer naast ons zaten de technici van Pauw en Witteman namelijk te kijken naar de aflevering en er werd hard gelachen.
We dachten dat het heel groot zou zijn daarbinnen bij de heren aan tafel. Maar zo zie je maar weer: televisie bedriegt het oog maar al te vaak! Het was meer een gezellige huiskamer. En dan barst de uitzending los. We laten ons meevoeren en dat gaat wonderwel. Maar natuurlijk blijft er na afloop een lijst vragen liggen die we niet hebben kunnen of durven vragen. Hier zijn ze:

1 Aan Agnes (Kant): heb je na een debat met Geert Wilders in de koffiekamer nog steeds ruzie met hem of doen jullie dan weer heel aardig tegen elkaar?
2 Aan Nico: heb je een vriendin?
3 Aan Nico: hoe heeft die jongen die maar één been had en geen armen, leren zwemmen?
4 Aan Jeroen: denk jij nu ook misschien: ‘heb ik het gas wel uitgedraaid?’ Terwijl je toch heel ernstig blijft kijken.
5 Aan Agnes: waarom draag je altijd leren jasjes, is dat om je zekerder te voelen?
6 Aan Paul: heb jij nou net echt: ‘KANtoren C gezegd, in plaats van Toren C?’

We hadden ook nog willen vertellen over hoe groot het plezier is geweest, dat wat we al heel lang wilden maken ook echt helemaal mochten maken en dat het één groot feest was, en we wilden ook nog heel graag ingaan op de scène van ‘The Office’ en vertellen over hoe geweldig Ricky Gervais is en ons grote voorbeeld. We hadden reclame willen maken willen maken voor een eventueel tweede seizoen Toren C en dat we op DVD gaan uitkomen en dat we hopen dat iedereen die gaat kopen.
Na afloop nog geborreld met de heren en toen in ieder geval nog aan Agnes onze vraag over Wilders kunnen stellen. En ze zei: ‘nee hoor, in de koffiekamer is het heel gezellig, Wilders heeft veel humor, alleen zijn ideeën zijn verwerpelijk.’ Ze wilde alleen haar echte leeftijd niet verklappen, maar dat vergeven we haar, als vrouw zijnde. Maar ze heeft wel een man die huisvader is, en daar zijn wij heel jaloers op.
We hopen dat we mogen terugkomen, aan tafel bij de heren en praten over Toren C deel twee!

Fred Teeven blogt: "Een dieet duurt levenslang hoorde ik ook van anderen aan tafel"

Fred Teeven was uitgenodigd om over spionagepraktijken te praten. Desalniettemin interesseerden de onderwerpen ‘bijzondere gerechten en diëten’, die aan tafel bij Pauw & Witteman aan bod kwamen hem evengoed.

“Gisteravond een goed gevoel overgehouden bij de sessie met Jeroen Pauw en Paul Witteman. Het onderwerp was er ook belangrijk genoeg voor, als je niet loyaal bent aan de gemeenschap die jou een kans geeft je bestaan op te bouwen, hoepel dan maar op naar het land waar je blijkbaar echt mee bent verbonden. Je gaat niet spioneren bij je broodheer, al helemaal niet als je een politieman bent. Voor mensen die in de publieke sector werken en spioneren, de integratie doelbewust belemmeren of stelselmatig geweldscriminaliteit plegen geldt dat we de mogelijkheden moeten bezien om te denaturaliseren. Pak ze dat Nederlandse paspoort maar af. Wat in Italië kan, zou hier ook moeten kunnen. En als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Gelukkig ook wat luchtiger onderwerpen aan de tafel van gisteren. Linda nr. 50 met een onderwerp over ‘smakelijk eten’ trok direct mijn aandacht. Ik luisterde naar Linda de Mol, maar bleef ook geboeid door de bijzondere gerechten in nr. 50. Achteraf bij de napraat waren er trouwens ook lekkere hapjes bij de borrel. Niet goed voor mij , omdat er dit weekend weer moet worden hardgelopen. Een dieet duurt levenslang hoorde ik ook van anderen aan de tafel. Het is maar dat iedereen het weet.

Fouad el Haji: "Ik noem toch man en paard"

Het Rotterdamse PvdA-gemeenteraadslid Fouad el Haji hintte bij Pauw & Witteman op Kamerleden die door de Marokkaanse geheime dienst benaderd waren. Hij wilde geen namen noemen. El Haji bedacht zich na de uitzending. In dit blog noemt hij man en paard.

Gisteravond was ik te gast bij het Pauw & Witteman en heb daar op scherpe toon de bemoeienis van de Marokkaanse overheid in Nederland aangekaart. De kern van mijn verhaal is dat ik een maatschappelijk probleem wil aankaarten. Het probleem van die niet aflatende bemoeizucht is iets waar de samenleving veel last van heeft. Het haalt het fundament onder de integratie vandaan en zorgt voor maatschappelijk onrust en dat voor een bevolkingsgroep die al genoeg problemen heeft. Deze boodschap kun je niet hard genoeg uitdragen. Ik heb lang genoeg nagedacht over hoe je iets lelijks op een elegante manier naar buiten kunt brengen. Ik heb deze manier niet kunnen vinden en het was ook niet mijn eerste prioriteit.

Tijdens de uitzending werd mij gevraagd om man en paard te noemen. Ik heb dit niet gedaan omdat ik dat niet als mijn taak zag. Daar zijn andere instanties voor. Ik vind het bovendien ook niet zuiver. Zo dacht ik er gisteren over.

Na afloop bleef bij mij nog wel de vraag hangen of het toch niet handiger was om de naam te noemen van het Kamerlid dat benaderd was door de Marokkaanse geheime dienst. Als politicus is het mijn taak om trends en ontwikkelingen te signaleren en aan te kaarten. Dat heb ik gedaan toen ik de bemoeizucht van de Marokkaanse overheid aan de kaak stelde en dat deed ik niet voor het eerst. Daarbij vertel ik mijn eigen verhaal, want dat is wat ik kan bewijzen. Ik weet heel goed van anderen dat zij ook benaderd worden. Ik had ze nota bene net aan de lijn. Bij Pauw & Witteman aan tafel hun namen noemen, is niet mijn taak. Ik ben namelijk geen spion.

In het geval van het voormalige Tweede Kamerlid was het bij nader inzien misschien slimmer om wel man en paard te noemen. Niet alleen omdat hij pertinent heeft geweigerd om gehoor te geven aan de Marokkaanse oproep, maar vooral omdat je een sfeer van verdenking creëert rond zittende Tweede Kamerleden van Marokkaanse komaf.

Helpt het dan om die naam wel te noemen? Nee dus, want daarmee zeg je niets over de namen die je niet noemt. Geldt dan voor hen het spreekwoord: wie de schoen past, trekt hem aan? Nee, dat is mijn bedoeling helemaal niet. Ik beweer niet dat politici zich laten fêteren, ik beweer alleen dat de Marokkaanse overheid hen stelselmatig benadert, en dat kan ik bewijzen. Deze praktijken moeten een halt worden toegeroepen. De voormalige parlementariër in kwestie is Ali Lazrak. Het was Ali die weigerde in te gaan op het verzoek van Marokkaanse overheid. Zo kennen we Ali ook en hij doet er, net als ik, niet geheimzinnig over.

De laatste die dit probleem van de Marokkaanse lange arm destijds met succes heeft bestreden, was wijlen Ien Dales. Het is de hoogste tijd dat er weer iemand opstaat en dat mag van mij ook een Kamerlid zijn. Ik heb Kamerleden zeer hoog, heus!

Ton Elias blogt: "Maak het Jeroen en Paul vaker moeilijk"

Communicatiedeskundige Elias volgde voor Pauw & Witteman de Algemene Beschouwingen. Volgens Elias kreeg Geert Wilders gisteravond in de uitzending te veel aandacht, maar daar wilde Jeroen niets van weten.

Woensdag 17 september begint vroeg. Ik had beloofd de avond ervoor een notitie af te hebben voor de organisatie waar ik nu interim-directeur van de communicatie-afdeling ben. Maar Prinsjesdag liep de avond ervoor een beetje uit. Om zeven uur dus achter m’n bureau thuis en voor half negen toch mijn opzet gemaild. Daarna thuis op de roeimachine en loopband. Tegelijkertijd naar Angela Merkel gekeken bij de algemene beschouwingen in Duitsland. Haar wordt nogal eens bleekheid verweten. Maar haar verhaal spettert van de buis.

Na de file naar mijn klus in Utrecht. Twee lastige gesprekken en tussendoor met schuin oog naar Politiek 24 gekeken. Rond een uur of twee telefoon van redactie Pauw & Witteman. Of ik diezelfde avond commentaar wil geven over de algemene beschouwingen. “Eikels”, denk ik. Had dat nou één dag eerder gevraagd, dan had ik minder toeren hoeven uithalen om het toch te kunnen volgen. Maar ik zeg toch toe, omdat het leuk is om te doen. Waarom eigenlijk? Live-TV is sowieso spannend, maar Paul en Jeroen zijn lastige ondervragers. Verder heeft P&W simpelweg heel veel kijkers en voor iemand die Kamerlid wordt, is het goed als kijkers (=kiezers) je kennen, daar moet je niet omheen draaien.

Zo goed en zo kwaad als mogelijk volg ik het debat en hou ik contact over de fragmenten. Jammer dat geen aandacht zal worden besteed aan Verdonks zwakke actie om slechts één punt te behandelen. Ze neemt nog steeds de politiek niet serieus. En Wilders krijgt weer te veel aandacht. In de uitzending zeg ik dat ook, want ik schrik van het gemak waarmee degene die het hardst en het ongenuanceerdst schreeuwt vrijwel automatisch TV-zendtijd krijgt. Jeroen reageert er geërgerd op, kijk het maar na. Ik vind dat gasten het hen in de uitzending weleens wat vaker net zo lastig zouden mogen maken als andersom regelmatig gebeurt.

Peter Middendorp blogt: "Gezien op tv"

Met zijn dagelijkse column in dagblad De Pers over het leven op het Haagse Binnenhof heeft Peter Middendorp zich niet bij iedereen even populair gemaakt. Maakte hij als tafelgast bij Pauw & Witteman wel vrienden?

Het leven na Pauw & Witteman begon maandagnacht in een taxi terug naar huis. De taxi was mooi, groot, hij werd bestuurd door een waardig chauffeur. Veel beter dan het vervoer dat het radioprogramma Met het oog op morgen laatst voor mij geregeld had. Met publiek geld was toen een ruikend busje naar mij opgestuurd.

Als eerste was Alexander Pechtold aan het woord gekomen. Hij hield een mooi verhaal, al drong niet alles daarvan tot me door. Aan tafel bij P&W komt het geluid niet alleen uit de monden van de mensen om je heen, maar vooral uit de boxen aan de muren, zodat het lijkt alsof je naar de televisie kijkt. Met Pechtold had ik stevig in debat gemoeten, maar met een paar welgemikte complimenten over mijn boek wist de politicus mij al vroeg te neutraliseren.

De tweede gast was Willem Nijholt, musicalicoon. Als de interviewers mij hadden gevraagd of ik ook zo van musical hield, had ik moeten antwoorden: ‘Zang, dans, show en spektakel is niet zo aan mij besteed, zeker niet als ze het gaan combineren.’ Gelukkig werd mij deze vraag niet gesteld, de echtgenote van ex-wielrenner Michael Boogerd kwam nog voor mij aan de beurt, een bijzonder mooie vrouw; zelfs haar tandvlees was een lust voor het oog.

Toen was ik. Jeroen Pauw las een grappig stukje voor, men was ruimhartig met complimenten over mijn stijl, en niet te beroerd mij te confronteren met mijn allerergste uitspraken. Ook lieten ze een paar reacties zien van mijn zogenoemde slachtoffers. De leukste was die van Henk Kamp. “Ik ben helemaal niet bang op straat”, zei hij, nog steeds een beetje onthutst. En: “Wat een rare kerel. Van mij mag hij wel weg.”
Nu was het half twee en zat ik op de achterbank van de taxi, een flesje VARA-wijn op schoot. Ik was nieuwsgierig, maar wist niet wat een televisieoptreden je allemaal kon brengen. In de vitrine van een snackbar had ik laatst een vleesproduct zien liggen, bleek en ongefrituurd. Er was een lange satéprikker ingeprikt met een papiertje eraan vastgemaakt. Met viltstiftletters stond daarop geschreven: ‘Gezien op tv.’

Bekijk hier de betreffende uitzending.