Mariska Orbán blogt: “Abortus maakt ons lui en onverschillig.”

20101028_Mariska_OrbanHoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad Mariska Orbán schreef een open brief naar VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert. De brief zorgde voor ophef door de persoonlijke manier waarop Orbán het VVD-Kamerlid oproept abortuspraktijken aan te pakken.

Een fel debat aan tafel bij Pauw en Witteman. Dat had ik ook verwacht: het aan de kaak stellen van het feit dat abortus niet zomaar een kleine ingreep is, maar dat je hiermee een minimensje ‘weghaalt’, is een onderwerp waar een enorme taboe op heerst in Nederland. Ik heb blijkbaar een open zenuw geraakt.

Maar, ook al heb ik spijt dat ik Jeanine Hennis gekwetst heb, zij heeft er zelf voor gekozen om haar persoonlijke leven mee te nemen in haar werk als Kamerlid. Veel Kamerleden doen dat niet. Ik vind het heel mooi dat zij dat doet maar daarmee is zij ook aanspreekbaar op de wijze waarop haar persoonlijke ervaringen haar werk als Kamerlid kleuren. Dat heb ik gedaan, in een open brief op de opiniepagina van Katholiek Nieuwsblad. Niets meer en niets minder.
In mijn open brief aan Jeanine Hennis wilde ik mij als het ware aan haar spiegelen, door verbinding te maken. Niet met zakelijke argumenten maar juist met emotie. Maar nu zie ik dat die emotionele benadering niet heeft geleid tot een open gesprek maar als het ware de deur heeft dicht gedaan. Dat betreur ik. Toch blijf ik overtuigd het abortusdebat niet alleen op basis van zakelijke argumenten gevoerd kan worden. Dat ook de emotie, bij voor en tegenstanders, een plek moet krijgen. Maar deze ervaring leert dat je dat op een hele integere, zorgvuldige en respectvolle manier moet doen.
In Nederland wordt het beeld geschetst alsof tegenstanders van abortus een stelletje godsdienstfanaten zijn die vrouwen hun autonomie af willen nemen en hen tegen hun zin met een kind willen opzadelen. In andere landen wordt een meer evenwichtig debat gevoerd.

Hamvraag blijft. Wat doen we nu eigenlijk met een abortus? Wetenschappers hebben ons geleerd dat het genetisch pakket van een mens al meteen aanwezig is. We hebben het niet over een willekeurig pakketje cellen. Maar over een mens in wording. Abortus doodt dat minimensje. Dat is heel erg fundamenteel. Ik weet wel dat niet iedereen dat zo ziet of voelt. Maar ik voel het wel zo. En vanuit die emotie zal ik altijd blijven strijden tegen een abortus en vóór alternatieven om abortus te voorkomen.

Natuurlijk wil ik niet terug naar de illegale abortussen, naar breinaalden en achterafkamertjes. Maar mijn ideaal blijft een samenleving waarin iedere mens welkom is, juist ook als een mens het meest kwetsbaar is. Wie aan een abortus denkt, heeft een hulpvraag. Ik denk dat er veel meer antwoorden op die hulpvraag mogelijk zijn dan we nu als samenleving bieden. Abortus maakt ons lui en onverschillig. Dat zal ik altijd aan de kaak blijven stellen.
Ik hoop dat deze commotie leidt tot een nieuw maatschappelijk en politiek debat over abortus in Nederland. Door te beginnen met het erkennen dat abortus niet zo maar iets is, maar dat je dit een leven mee kunt dragen. Als je dat verdriet al voelt bij het verlies waar je niets aan kunt doen, door een miskraam, hoe veel groter moet dat dan wel niet zijn als je zelf de eerste stap zet om dit te doen? Laten we een einde maken aan de mythe dat een abortus niets meer is dan het wegnemen van een handjevol cellen. En laten we een einde maken aan de mythe dat iedereen die een abortus laat plegen dat doet uit vrije wil. We sluiten onze ogen voor de oorzaken die achter de vraag om abortus zitten. Bijvoorbeeld de angst om uit je familie verstoten te worden. Abortus mag nooit het maatschappelijk antwoord zijn op vrouwen die de gevolgen van hun zwangerschap niet zelf kunnen dragen maar nergens hulp of alternatieven vinden. Daarvoor is ieder mensenleven te mooi en te kostbaar.

Bekijk hier de hele uitzending.